Archief 745
Inventaris 745-416
Pagina 257
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage / brief.

11 augustus 1943. Van: Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of politie-inspecteur, gezien de verwijzing naar een 'marktmeester').

Origineel

Ambtelijke rapportage / brief. 11 augustus 1943. Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of politie-inspecteur, gezien de verwijzing naar een 'marktmeester'). vD/HG.

76/14/4 M.

11 Augustus 1943.

Vischverkoop.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 27 Juli jl. om spoedig advies ontvangen stuk No. 571 L.M. 1943 heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de onderhavige klacht een uitgebreid onderzoek heb doen instellen, waarbij het volgende is gebleken.

De straathandelaren Spaargaren en Van Schaik hebben op 21 Juli jl. een toewijzing op de Vischmarkt ontvangen van zoetwatervisch, respectievelijk 40 ½ kg groote brasem en 40 ½ kg kleine voorntjes. Als gevolg van de grootte van de brasem kon het publiek geen ½ kg per beurt, zooals gebruikelijk, worden verkocht, doch moest dit noodgedwongen 3 à 3½ halve kg. nemen. Daardoor konden vanzelfsprekend slechts weinig menschen worden geholpen, waardoor de indruk kan zijn gewekt, dat er te weinig visch is verkocht. Van Schaik heeft op 21 Juli alleen kleine voorntjes toegewezen gekregen, welke in den zwarten handel niet gewild zijn.

De prijs van spiering is 44 cent per kg. Om den verkoop vlot te doen verloopen, wordt op alle markten 2 kg en ½ 2 ons spiering verkocht voor f 1,-. Dit geschiedt ook bij kleine schol: 1 kg voor 89 cent plus ruim een ons = f 1,-; en voor schar ruim 3 halve kg. voor f 1,-. Op geen enkele markt wordt hiertegen door het publiek bezwaar gemaakt.

De eerste ondertekenaar van de klacht, Geevers, is op 21 Juli jl. door den marktmeester van de Jan Evertsenstraat geverbaliseerd wegens beleediging, omdat hij, toen hij zich niet wilde storen aan de orde van de loting der vischrij, dezen ambtenaar heeft uitgescholden. Het is niet uitgesloten, dat dit de aanleiding is geworden tot het indienen van de klacht.

Wat de overige onderteekenaren betreft diene, dat C.M. Groenewoud, J. Bakhuysen, C.H. Magielse (schoonvader van Geevers), H.J. Dorr, J.C.L. Paul en A.v. Rosse denbrief hebben onderteekend, doch deze niet hebben gelezen; enkelen van hen is den brief wel voorgelezen, doch zij wisten zich den inhoud niet meer te herinneren. Over de kooplieden Spaargaren en Van Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht over de visverkoop in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De belangrijkste punten uit het onderzoek zijn:

  • Logistieke problemen: De klacht over een vermeend tekort aan vis wordt weerlegd door te wijzen op de fysieke grootte van de vissen (brasems). Omdat mensen grotere porties moesten kopen dan de gebruikelijke halve kilo, konden er minder klanten geholpen worden.
  • Prijsstelling en afronding: Er wordt openlijk toegegeven dat handelaren porties afronden naar een vaste prijs van 1 gulden (f 1,-) om de verkoop te bespoedigen. De rapporteur stelt dat het publiek hier geen bezwaar tegen heeft, wat duidt op een pragmatische omgang met distributieregels in oorlogstijd.
  • Persoonlijk conflict: De geloofwaardigheid van de klacht wordt in twijfel getrokken. De hoofdaanklager (Geevers) was diezelfde dag bekeurd voor het beledigen van een ambtenaar bij de Jan Evertsenstraat.
  • Onbetrouwbare getuigen: De andere ondertekenaars van de klacht blijken het document niet gelezen te hebben of zijn familie van de hoofdaanklager, wat suggereert dat de klacht een vorm van persoonlijke rancune was in plaats van een breed gedragen maatschappelijk probleem. Het document dateert uit augustus 1943, een periode van schaarste en distributie onder het regime van de Duitse bezetter. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in die tijd de zware taak de voedselvoorziening in de stad te reguleren. Vis was een cruciaal onderdeel van het dieet omdat vlees steeds schaarser werd.

De tekst geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse spanningen op de Amsterdamse markten (zoals de Jan Evertsenstraat). Er is sprake van "vischrijen" (wachtrijen voor vis) en lotingsystemen om de beperkte voorraad eerlijk te verdelen. De expliciete vermelding dat bepaalde vissoorten "in den zwarten handel niet gewild zijn" illustreert hoe alomtegenwoordig het illegale circuit was, zelfs in ambtelijke correspondentie. De bureaucratie probeerde met dergelijke onderzoeken de orde te handhaven in een steeds schaarser wordende markt.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht over de visverkoop in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De belangrijkste punten uit het onderzoek zijn:

  • Logistieke problemen: De klacht over een vermeend tekort aan vis wordt weerlegd door te wijzen op de fysieke grootte van de vissen (brasems). Omdat mensen grotere porties moesten kopen dan de gebruikelijke halve kilo, konden er minder klanten geholpen worden.
  • Prijsstelling en afronding: Er wordt openlijk toegegeven dat handelaren porties afronden naar een vaste prijs van 1 gulden (f 1,-) om de verkoop te bespoedigen. De rapporteur stelt dat het publiek hier geen bezwaar tegen heeft, wat duidt op een pragmatische omgang met distributieregels in oorlogstijd.
  • Persoonlijk conflict: De geloofwaardigheid van de klacht wordt in twijfel getrokken. De hoofdaanklager (Geevers) was diezelfde dag bekeurd voor het beledigen van een ambtenaar bij de Jan Evertsenstraat.
  • Onbetrouwbare getuigen: De andere ondertekenaars van de klacht blijken het document niet gelezen te hebben of zijn familie van de hoofdaanklager, wat suggereert dat de klacht een vorm van persoonlijke rancune was in plaats van een breed gedragen maatschappelijk probleem.

Historische Context

Het document dateert uit augustus 1943, een periode van schaarste en distributie onder het regime van de Duitse bezetter. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in die tijd de zware taak de voedselvoorziening in de stad te reguleren. Vis was een cruciaal onderdeel van het dieet omdat vlees steeds schaarser werd.

De tekst geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse spanningen op de Amsterdamse markten (zoals de Jan Evertsenstraat). Er is sprake van "vischrijen" (wachtrijen voor vis) en lotingsystemen om de beperkte voorraad eerlijk te verdelen. De expliciete vermelding dat bepaalde vissoorten "in den zwarten handel niet gewild zijn" illustreert hoe alomtegenwoordig het illegale circuit was, zelfs in ambtelijke correspondentie. De bureaucratie probeerde met dergelijke onderzoeken de orde te handhaven in een steeds schaarser wordende markt.

Kooplieden in dit dossier 34

A. Cuypstraat Waterlooplein f 13.303,30
A. Cuypstraat Waterlooplein *f*13.303,30
A. Cuypstraat f 13.303,30
A. Cuypstraat Waterlooplein $f 13.303,30$
A. Bloemmist Waterlooplein f 1.282,47
A. Bloemmist Waterlooplein *f* 1.282,47
A. Bloemmist Waterlooplein f 1.282,47
A. Bloemmist Waterlooplein $f 1.282,47$
M. Reijnvaan Waterlooplein f 10.952,81
Brandstoff.m. Waterlooplein f 10.952,81
Brandstoff.m. Waterlooplein $f 10.952,81$
Brandstoff.m. Waterlooplein *f*10.952,81
A. Ontvangsten Waterlooplein f 224,36
A. Ontvangsten Waterlooplein *f* 224,36
A. Ontvangsten Waterlooplein f 224,36
A. Ontvangsten Waterlooplein $f 224,36$
J. Evertsenstr Waterlooplein " 916,90
J. Evertsenstr Waterlooplein " 916,90
J. Evertsenstr Waterlooplein " 916,90
J. Evertsenstr Waterlooplein " 916,90
T. Girorekening Waterlooplein 120.349 48
T. Girorekening Waterlooplein 65.941 88
P.A.S. Maandag Waterlooplein
C.J.J. Vergouw Waterlooplein f 5.037,44
Staanpl.verg. Waterlooplein $f 5.037,44$
Staanpl.verg. Waterlooplein f 5.037,44
Staanpl.verg. Waterlooplein *f* 5.037,44
T. Katestraat Waterlooplein " 6.383,50
T. Katestraat Waterlooplein " 6.383,50
Alle 34 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6