Tuchtbeschikking (strafbeschikking) wegens overtreding van prijsvoorschriften.
Origineel
Tuchtbeschikking (strafbeschikking) wegens overtreding van prijsvoorschriften. 12 oktober 1943. HEEFT GOEDGEVONDEN:
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van:
f.25.- (vijf en twintig gulden);
den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van f 8,75 , overeenkomstig de bepalingen van het ,,Tarief voor Tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942;
In totaal derhalve f 33.75.
verbeurd te verklaren de bij proces-verbaal van den 23en Augustus 194 3 inbeslaggenomen goederen; althans de opbrengst daarvan.
te bepalen, dat deze tuchtbeschikking uitvoerbaar is bij lijfsdwang;
te bepalen, dat het verdachte verboden zal zijn gedurende een termijn van twee jaren, aanvangende 14 dagen, nadat deze strafbeschikking in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, op eenigerlei wijze handel te drijven in groenten, aardappelen of fruit.
Amsterdam, den 12 OCT. 1943 194
Voor eensluidend afschrift:
[Handtekening]
De Inspecteur voornoemd,
w.g. mr.P.J.Klaver.
BETALING van de opgelegde boete plus de verschuldigde kosten moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking uitsluitend door storting of overschrijving op postrekening No. 408874 van de Inspectie voor de Prijsbeheersching te Amsterdam, onder vermelding van nummers en letters van dit gerechtelijk schrijven. Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk:
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
De verplichting tot betaling van tuchtstrafproceskosten is geen bijkomende straf.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te Deventer of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd.
N.B. Een in te stellen beroep schort de tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking niet op. Dit document is een officiële veroordeling voor een economisch delict tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van 25 gulden plus proceskosten. Naast de geldelijke boete is er sprake van verbeurdverklaring van in beslag genomen goederen (of de opbrengst daarvan).
De zwaarste component van de straf is de bijkomende straf: een beroepsverbod van twee jaar voor de handel in groenten, aardappelen en fruit. Dit wijst erop dat de overtreding waarschijnlijk te maken had met illegale handel (zwarte markt) of het overtreden van de maximumprijzen voor primaire levensbehoeften. De clausule "uitvoerbaar bij lijfsdwang" betekent dat de verdachte gevangen gezet kon worden als de boete niet werd betaald. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er een grote schaarste aan goederen. Om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan, stelde de bezetter strikte prijsvoorschriften vast. De Inspectie voor de Prijsbeheersching was het orgaan dat toezag op de naleving hiervan.
In 1943 was de voedselsituatie in Nederland al precair. Overtredingen van de prijsvoorschriften werden streng bestraft om de distributieketen onder controle te houden. Een beroepsverbod zoals hier opgelegd was een ingrijpende maatregel die de verdachte feitelijk zijn broodwinning ontnam. Het feit dat beroep aangetekend moest worden in Deventer (bij de Gemachtigde voor de Prijzen) is kenmerkend voor de gecentraliseerde economische rechtspraak in die periode. N.B. Een P.J. Klaver