Getypte officiële brief met handgeschreven annotaties en parafen.
Origineel
Getypte officiële brief met handgeschreven annotaties en parafen. 25 november 1943. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). [Links boven, handgeschreven in paarse inkt:]
Teerhuis [waarschijnlijk naam van een ambtenaar]
[Links boven, getypt:]
77/1/16a M.
[Rechts boven, handgeschreven in paarse inkt:]
Pres Chef [of Bur Chef]
[Rechts boven, getypt:]
SV
[Datum, getypt:]
25 November 1943.
[Adresblok, getypt:]
Den Heer W.W.M. Pitters
Barentzstraat 62 huis
Amsterdam-Centrum.
===================
[Midden links, handgeschreven in paarse en rode inkt:]
jvh
Joh. [onderstreept]
[Hoofdtekst, getypt:]
Hierbij deel ik U mede, dat mij
thans door den Inspecteur voor de Prijs-
beheersching is bericht, dat U wegens
overtreding van de maximumprijzen is ge-
straft met sluiting van Uw zaak voor den
tijd van 2 jaren, ingaande 29 November
1943.
Op grond van het bepaalde in
artikel 35 lid 3 van het Reglement op de
Centrale Markt wordt U gedurende die
sluiting geen toegang tot de Centrale
Markt verleend.
[Rechts onder, getypt:]
De Directeur,
[Links onder, handgeschreven in potlood:]
Gebraht in [?]
prakinstoek [?] Dit document is een harde zakelijke mededeling uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie is de bestraffing van een ondernemer (de heer Pitters) voor het overtreden van de maximumprijzen. In tijden van schaarste en oorlog was prijsbeheersing een prioritair instrument van de overheid om inflatie en woekerwinsten op de zwarte markt te beteugelen.
De straf is zeer zwaar: een gedwongen sluiting van de zaak voor maar liefst twee jaar. De brief koppelt deze straf direct aan een verbod op toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam. Omdat deze markt het centrale distributiepunt was voor levensmiddelen en grondstoffen in de regio, betekende dit verbod in feite de volledige economische uitschakeling van de betrokken ondernemer.
De administratieve lagen in het document (de getypte kenmerken en de verschillende kleuren inkt) tonen aan dat dit een officieel dossierstuk is dat door verschillende afdelingen of functionarissen (zoals de genoemde 'Teerhuis' en 'Joh.') is verwerkt. In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. De "Inspecteur voor de Prijsbeheersching" maakte deel uit van een uitgebreid bureaucratisch apparaat dat toezag op de naleving van de distributiewetten. Overtredingen werden door de bezetter en de collaborerende overheid niet alleen als economische vergrijpen gezien, maar vaak ook als een vorm van ondermijning van de openbare orde.
De Centrale Markt in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Het reglement van de markt gaf de directeur de bevoegdheid om personen die zich niet aan de landelijke prijsvoorschriften hielden, de toegang te ontzeggen. Gezien de datum (eind 1943) betekende een sluiting van twee jaar dat de heer Pitters de volledige 'Hongerwinter' van 1944-1945 als ondernemer buitenspel stond. De Barentzstraat, waar Pitters woonde/werkte, ligt in de Zeeheldenbuurt, destijds een wijk met veel kleine neringdoenden die afhankelijk waren van de nabijgelegen markten.