Archiefdocument
Origineel
77 / 2 / 1
Den Heer Inspecteur d. Prijsbeheersching
Emmastraat 35
Amsterdam
In aansluiting op mijn telefonische mededeelingen van de vorige week en van Maandag 10 dezer heb ik de eer U het volgende te berichten.
Geert Pieter Keizer werd met ingang van 5 Sept. '43 voor den tijd van 4 jaren de toegang tot de markt ontzegd zulks ingevolge art. 35 lid 3 van het Regl. M.C.B. op grond van de omstandigheid, dat hij gedurende die periode door den Inspecteur van de P.b. was veroordeeld tot sluiting van zijn bedrijf en stillegging van de bedrijfsmiddelen.
[doorgestreept: en dat hem] Tevens [doorgestreept: werd gedurende dien periode] [doorgestreept: verboden] het beroep van grossier in groenten en fruit uit te oefenen.
Spoedig na zijn veroordeeling heeft genoemde Keizer verzocht hem toegang tot de C.M. te verleenen teneinde werkzaam te zijn bij de Keizers fruithandel N.V. waarvan de vader van de betrokkene, — C. Keizer directeur is. Hiertegen is volgens G. P. Rein bij m.v. Pattijn door den Insp. bepaald geenerlei bezwaar geuit.
[Aantekeningen in de marge en bovenaan]:
* Bovenaan (paars potlood): 77 / 2 / 1
* Links midden: Gereed? [onzeker], Importige afspraak
* Links onder: Juist naar!
* Links onderaan: [Kruisje] Dit document betreft een ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een concept) over de handhaving van economische regels tijdens de Tweede Wereldoorlog. De handelaar Geert Pieter Keizer is voor vier jaar verbannen van de markt. De aanleiding hiervoor is een straf die eerder werd opgelegd door de Inspecteur van de Prijsbeheersching (P.b.), die zijn bedrijf had stilgelegd.
De tekst toont het proces van "wederhoor" of een versoepeling: Keizer verzoekt om werkzaam te mogen blijven op de Centrale Markt (C.M.), maar dan in dienst van het bedrijf van zijn vader (C. Keizer). Uit de laatste regels blijkt dat de betreffende inspecteur hier geen bezwaar tegen heeft, wat duidt op een onderscheid tussen het zelfstandig drijven van een handel (wat verboden is) en het werken in loondienst. De vele doorhalingen wijzen op een zorgvuldige formulering van deze juridische/administratieve beslissing. * De Bezettingstijd: In 1943 was de controle op de voedseldistributie in Nederland extreem streng. Het Rijksbureau voor de Prijsbeheersching hield toezicht op maximumprijzen om de zwarte markt in te dammen.
* Centrale Markt: De C.M. in de tekst verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, het belangrijkste distributiepunt voor levensmiddelen in de regio.
* Regelgeving: De verwijzing naar "art. 35 lid 3 van het Regl. M.C.B." duidt op het reglement van het Markt-Commissie-Bestuur, de instantie die de toegang tot de marktterreinen beheerde.
* Prijsbeheersching (P.b.): Overtredingen van de prijsvoorschriften werden in deze periode zwaar gesanctioneerd, vaak met uitsluiting van het economisch verkeer tot gevolg.