Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 21 februari 1943 (met verwijzing naar een dossier uit september 1942). A.J. van Hulssen, 1e van der Helststraat 43 II, Amsterdam-Zuid. De Weledelgestrenge Heer Burgemeester (van Amsterdam). No. 77/7/1 M. 1943 26/2'43 AFSCHRIFT
No. 54/30 L.M. 1942 24/2'43. afd. L.M. No. 54/30 datum 21 September 1942.
Amsterdam, 21 Februari 1943.
Wel.Ed.Heer Burgemeester,
Mijn straf voor uitsluiting van de Centrale Markt is nu al ongeveer 6 maanden daarom doe ik een beroep op U.Ed. of U mijn voorspraak wil zijn om mijn kaart terug te bekomen. Ik heb mij toch ook disponibel gesteld om een broeinest van prijs op druiving op de Centrale Markt uit te laten roeien wat zonder mijn medewerking nooit gelukt had. De Ambtenaar van de C.C.D. den Heer Groen heeft nog voor mij bij den Directeur gesproken, maar het hielp niet weegt dan mijn medewerking niet op tegen een fout aan mij U.Ed die als zeer rechtvaardig en behulpzaam bekend staat zult als ik mijn medewerking verleen om een dergelijke zaak te ontmaskeren zeker Uw medewerking wel willen verleenen om voor mij goed te spreken voor mijn toegangskaart het beteekend voor mij mijn brood terug. U.Ed. bij voorbaat dankend en U geeerd bericht tegemoetziende, teeken ik,
(wg).
A.J. van Hulssen,
1e v.d. Helststr. 43 II
Amsterdam-Zuid. In deze brief verzoekt A.J. van Hulssen de burgemeester om bemiddeling bij het terugkrijgen van zijn toegangsbewijs voor de Centrale Markt in Amsterdam. De schrijver is zes maanden eerder uitgesloten, vermoedelijk vanwege een "fout" waar hij niet dieper op ingaat.
Zijn voornaamste argument voor clementie is dat hij als informant heeft opgetreden voor de C.C.D. (Crisis Controle Dienst). Hij claimt dat hij heeft geholpen bij het oprollen van een "broeinest van prijsopdrijving" (in de tekst gespeld als prijs op druiving), iets wat volgens hem zonder zijn hulp niet was gelukt. Hij benadrukt dat het terugkrijgen van de kaart essentieel is voor zijn levensonderhoud ("mijn brood terug"). De brief is een "afschrift", wat betekent dat dit een kopie is voor het archief van de gemeente of de marktautoriteiten. De brief dateert uit februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in die tijd het vitale punt voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de schaarste was er strenge controle op prijzen en distributie.
De genoemde C.C.D. (Crisis Controle Dienst) was een overheidsinstantie die tijdens de bezetting belast was met het opsporen van economische delicten, zoals zwarte handel en prijsopdrijving. Informanten speelden een grote rol in het werk van de C.C.D., maar werden vaak met argwaan bekeken door de rest van de bevolking. De burgemeester van Amsterdam was in 1943 de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. Het document geeft een inkijkje in de repressieve economische sfeer van de bezettingstijd, waarbij burgers probeerden hun hachje te redden door samen te werken met controle-instanties.