Getypte brief (afschrift).
Origineel
Getypte brief (afschrift). A.J. van Hulssen, wonende aan de 1e v.d. Helstraat 43 II te Amsterdam-Zuid. Wel.Ed.Heer Voûte, Burgemeester van de stad Amsterdam. AFSCHRIFT.
afd. L.M. No. 54/30 datum 21 September 1942.
No. 54/30 L.M. 1942 27/9'42
Amsterdam, 28 September 1942.
Wel.Ed.Heer Voûte Burgemeester der Stad
Amsterdam,
In antwoord op U.Ed. brief van datum 21/9
1942 met U.Ed. ernstige uitspraak en strafbepaling, doe ik een be-
leef verzoek op U.Ed. mij in audientie te willen ontvangen om mijn
zaak aan U.Ed. te mogen voorlichten. Niet alleen ik maar ook een
aantal kameraden met hun vrouwen zijn door U.Ed. uitspraak ge-
dupeerd, want waar zij in de rij om groente en fruit verschijnen
krijgen zij niet hetgeen hun toekomt. Ik heb het bedrag van de door
mij gepleegde fraude terug gestort en daar U.Ed. mij is voor ge-
spiegeld als uiterst rechtvaardig en hulpvaardig verzoek ik U.Ed.
mij een mildere straf te doen toekomen, of mij een kans te geven
de zaak van mij bij U.Ed. te mogen toelichten. U.Ed. bij voor-
baat dankend namens mijn gezin. Teeken ik U.Ed. hoogachtend,
(wg.)
A.J. van Hulssen,
1e v.d. Helstraat 43 II
Amsterdam-Zuid. Deze brief is een formeel verzoekschrift van een burger aan de toenmalige burgemeester van Amsterdam. De schrijver, A.J. van Hulssen, reageert op een eerdere beslissing (uitspraak en strafbepaling) van 21 september 1942. Van Hulssen bekent fraude te hebben gepleegd, maar stelt dat hij het bedrag al heeft teruggestort.
Opvallend is de klacht dat niet alleen hij, maar ook zijn "kameraden" en hun echtgenotes de dupe zijn van de uitspraak. Volgens de schrijver worden zij in de rijen voor levensmiddelen (groente en fruit) achtergesteld of krijgen ze niet waar ze recht op hebben. Dit suggereert dat de straf mogelijk een publiekelijk karakter had of leidde tot sociale uitsluiting. De toon van de brief is uiterst nederig en vleiend ("uiterst rechtvaardig en hulpvaardig"), wat typerend is voor een smeekbede aan een autoriteitsfiguur in die tijd. De brief dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte was op dat moment de door de Duitsers aangestelde (regeringscommissaris-)burgemeester van Amsterdam. Hij stond bekend als een collaborerend bestuurder, maar werd door sommige burgers ook gezien als iemand die de stad nog enigszins probeerde te besturen binnen de beperkingen van de bezetting.
Het gebruik van de term "kameraden" kan duiden op een politieke achtergrond, mogelijk gelieerd aan de NSB, aangezien dit de gangbare aanspreektitel was binnen die beweging. De schaarste aan voedsel en de distributieproblematiek ("de rij om groente en fruit") waren in 1942 aan de orde van de dag. Fraude met distributiebonnen of geld was in deze periode van tekorten een veelvoorkomend delict dat door de bezettingsautoriteiten en het collaborerende stadsbestuur streng werd aangepakt.