Ambtelijk rapport/geleidebrief.
Origineel
Ambtelijk rapport/geleidebrief. 1 maart 1943. De Bedrijfschef der Centrale Markt. " had een vrachtje groente weggebracht xxxx voor de koplui
" Blom en Oudhof naar de Overtoom 519. Hy deelde my zoowel
" als myn vader mede, dat Blom en Oudhof tegen hem gezegd
" hadden, dat zy liever de groente afgeleverd wilden hebben
" in kisten, die niet van het stempel 1943 zyn voorzien.
" Zy konden zelf wel de kisten van het stempel 1943 voorzien
" en op die manier een gulden xx per kist meer terug ontvangen. "
Deze verklaring werd ook door A. Lagendyk Sr. bevestigd, die
echter weinig kon spreken, daar hy ernstig ziek te bed lag.
Hoewel Oudhof en Blom blyven ontkennen zelf kisten of kratten
van het stempel 1943 te hebben voorzien, is het toch wel hoogst-
waarschynlyk, dat zy samen of een van beiden de vervalsching
hebben gepleegd. De benadeelde grossiers Ooms en Wiggenmans
doen aangifte wegens oplichting. Van dit geval zal door my
proces verbaal worden opgemaakt.
De toegangskaarten van Blom en Oudhof gaan hierby.
Amsterdam den 1 maart 1943
De controleur,
J.P.M. Boom.
[Handtekening: J.P.M. Boom]
[Handgeschreven in rode inkt:]
m. Bedr. Chef
bespr.
[Paraaf]
Den Heer Bedryfschef
der Centrale Markt. Het document is een verslag van een geconstateerde fraude met veilingkisten op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is de vervalsing van het jaarstempel "1943" op groentekisten. Door kisten die niet officieel gemerkt waren zelf van een stempel te voorzien, probeerden de verdachten (Blom en Oudhof) een hogere vergoeding of statiegeld (een gulden extra per kist) te incasseren.
De controleur, J.P.M. Boom, baseert zijn beschuldiging op een getuigenverklaring van de zoon van een niet nader genoemde informant en de bevestiging daarvan door de zieke A. Lagendijk Sr. Hoewel de verdachten ontkennen, acht de controleur hun schuld zeer waarschijnlijk. Als direct gevolg van deze verdenking zijn hun toegangskaarten voor de markt ingenomen en wordt er een proces-verbaal opgemaakt wegens oplichting en vervalsing. De handgeschreven rode notitie onderstreept dat de zaak is besproken met de bedrijfschef. Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (1943). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland streng gereguleerd via de Centrale Markt en distributiesystemen. Materialen zoals houten kisten waren schaars en de prijzen en statiegeldbedragen waren vastgelegd. Fraude met emballage of stempels werd in deze context gezien als een economisch delict dat de gecontroleerde marktwerking ondermijnde. De strenge aanpak (directe ontzegging van de toegang tot de markt) duidt op de prioriteit die werd gegeven aan het handhaven van de orde in de voedselketen tijdens de oorlogsjaren. A. Lagendijk A. Lagendyk J.P.M. Boom