Officieel rapport / proces-verbaal.
Origineel
Officieel rapport / proces-verbaal. 18 november 1944. R A P P O R T .
[Handgeschreven kantlijnnotitie:] / Dijkema
Ondergetekende, controleur bij het Marktwezen rapporteert het volgende:
Op Zaterdag 18 November 1944 ± 7.45 voormiddiddag gecontroleerd op de Centrale Markt Pakhuis A no. 12. Daar trof ik aan Cornelis de Mooy, geboren Anna Paulowna 29 Maart 1920, van beroep volgens persoonsbewijs groentenhandelaar en tuinder, wonende Hofstraat 34, Rijnsburg. Na mij bekend te hebben gemaakt heb ik voorraad opgenomen.
Deze bestond uit:
53 zakken peen à 20 kg.
5 kratten prei à 30 kg.
6 kisten selderie à 100 bos
1 kist " " 50 bos
3 kisten " " 150 bos
54 kisten andijvie
Van deze groenten verklaarde Mooy geen papieren te hebben en deze handel te hebben aangevoerd per boot (schipper Noort). Zijn gewezen patroon Van Belle (nog steeds huurder van het pakhuis) zou met deze partij handel niets uitstaande te hebben. De partij handel was afkomstig volgens verklaring van de Mooy van zijn eigen tuinderij en bestemd voor de zwarte handel. Daarop heb ik de partij in beslag genomen, dit aan de Mooy medegedeeld en zijn leg.kaart P.V. no. 7219 ingenomen. De partij handel is daarop overgebracht naar de gemeentelijke afdeeling.
Amsterdam, 18 November 1944.
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen.
De Controleur,
w.g. S.Dijkema.
z.o.z. Dit document is een ambtelijk verslag van een controle op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een controleur van het Marktwezen heeft een illegale partij groenten (peen, prei, selderij en andijvie) aangetroffen in een pakhuis. De eigenaar, een tuinder uit Rijnsburg genaamd Cornelis de Mooy, gaf toe dat hij de goederen zonder de vereiste papieren had aangevoerd en dat deze bedoeld waren voor de "zwarte handel".
De controleur volgde de standaardprocedure: identificatie van de betrokkene middels persoonsbewijs, inventarisatie van de goederen, inbeslagname van zowel de handelswaar als de legitimatiekaart (P.V.-kaart), en de overdracht van de goederen aan de gemeentelijke instanties. De datum van dit rapport, 18 november 1944, is zeer betekenisvol. Nederland bevond zich op dat moment in de beruchte Hongerwinter. In de bezette steden in het westen van het land was er een nijpend tekort aan voedsel en brandstof. De officiële distributie via bonkaarten was nagenoeg ingestort en de rantsoenen waren verre van voldoende om te overleven.
Dit leidde tot een enorme bloei van de zwarte handel, waarbij voedsel tegen woekerprijzen werd verkocht buiten het officiële systeem om. De Duitse bezetter en de Nederlandse collaborerende instanties (zoals de Prijsbeheersing en onderdelen van het Marktwezen) voerden strenge controles uit om deze illegale handel te bestrijden. Hoewel de zwarte handel vaak moreel werd veroordeeld vanwege de hoge prijzen, was het voor veel Amsterdammers de enige manier om aan extra voedsel te komen. Dit rapport illustreert de dagelijkse strijd om voedselregulering in een stad die op de rand van de hongersnood balanceerde.