Getypte brief met handgeschreven correcties en aantekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven correcties en aantekeningen. 27 december 1944. De Directeur (van een regionale afdeling, vermoedelijk gerelateerd aan de CCD). [Linksboven:]
2c/91/12IIIM.
2.
[Daaronder handgeschreven:]
Verzonden
[Rechtsboven:]
HB.
[Midden rechts:]
27 December 1944.
[Adresblok:]
Den Heer Inspecteur van den
Centralen Contrôle-Dienst
voor Noord- en Zuid-holland,
te [handgeschreven: Badhoevedorp]
[doorgehaald: 's-Gravenhage.]
==============
[Brieftekst:]
In bijlage dezes doe ik U voor de
goede orde toekomen afschriften van rap-
porten van twee ambtenaren van mijn
dienst met verzoek hiervan de behandeling,
voor zoover noodig, op U te willen nemen.
[Ondertekening:]
De Directeur, Dit is een zakelijke, ambtelijke begeleidende brief uit de late oorlogsperiode. De kern van het schrijven is het doorsturen van rapporten betreffende twee ambtenaren aan de regionale inspecteur van de Centralen Contrôle-Dienst (CCD).
Enkele bijzonderheden:
* Locatiewijziging: De bestemming 's-Gravenhage is doorgestreept en handmatig gewijzigd in Badhoevedorp. Dit wijst op een tijdelijke verplaatsing van het inspectiekantoor, wat in de winter van 1944-1945 vaak voorkwam door bombardementen, vorderingen van gebouwen of de algemene chaos in de vestingsteden.
* Administratieve notities: De aantekening "Verzonden" linksboven fungeert als bewijs van uitgaande post. De afkorting "HB." rechtsboven staat mogelijk voor "Hoofdbureau" of een specifieke afdeling binnen de organisatie.
* Inhoudelijke implicatie: Het feit dat rapporten over ambtenaren ter "behandeling" worden opgestuurd, suggereert een disciplinaire kwestie, een onderzoek naar hun functioneren of een verslag van hun werkzaamheden in het veld dat goedkeuring of actie van hogerhand vereist. Het document dateert van december 1944, het dieptepunt van de Hongerwinter in het nog bezette West-Nederland. De Centralen Contrôle-Dienst (CCD) was een overheidsinstantie die toezicht hield op de naleving van de distributie- en crisiswetgeving.
In deze periode was hun rol uiterst complex en beladen. Terwijl de CCD officieel de zwarte handel moest bestrijden en de eerlijke verdeling van het schaarse voedsel moest bewaken, stonden ambtenaren vaak voor morele dilemma's: moesten zij hongerende burgers die illegaal voedsel vervoerden beboeten, of moesten zij de andere kant op kijken? Er was veel sprake van corruptie, maar ook van stilzwijgende medewerking aan het verzet. Rapporten over ambtenaren in deze periode hebben vaak betrekking op deze precaire balans tussen plicht en overleven. Hoofdbureau
Samenvatting
Dit is een zakelijke, ambtelijke begeleidende brief uit de late oorlogsperiode. De kern van het schrijven is het doorsturen van rapporten betreffende twee ambtenaren aan de regionale inspecteur van de Centralen Contrôle-Dienst (CCD).
Enkele bijzonderheden:
* Locatiewijziging: De bestemming 's-Gravenhage is doorgestreept en handmatig gewijzigd in Badhoevedorp. Dit wijst op een tijdelijke verplaatsing van het inspectiekantoor, wat in de winter van 1944-1945 vaak voorkwam door bombardementen, vorderingen van gebouwen of de algemene chaos in de vestingsteden.
* Administratieve notities: De aantekening "Verzonden" linksboven fungeert als bewijs van uitgaande post. De afkorting "HB." rechtsboven staat mogelijk voor "Hoofdbureau" of een specifieke afdeling binnen de organisatie.
* Inhoudelijke implicatie: Het feit dat rapporten over ambtenaren ter "behandeling" worden opgestuurd, suggereert een disciplinaire kwestie, een onderzoek naar hun functioneren of een verslag van hun werkzaamheden in het veld dat goedkeuring of actie van hogerhand vereist.
Historische Context
Het document dateert van december 1944, het dieptepunt van de Hongerwinter in het nog bezette West-Nederland. De Centralen Contrôle-Dienst (CCD) was een overheidsinstantie die toezicht hield op de naleving van de distributie- en crisiswetgeving.
In deze periode was hun rol uiterst complex en beladen. Terwijl de CCD officieel de zwarte handel moest bestrijden en de eerlijke verdeling van het schaarse voedsel moest bewaken, stonden ambtenaren vaak voor morele dilemma's: moesten zij hongerende burgers die illegaal voedsel vervoerden beboeten, of moesten zij de andere kant op kijken? Er was veel sprake van corruptie, maar ook van stilzwijgende medewerking aan het verzet. Rapporten over ambtenaren in deze periode hebben vaak betrekking op deze precaire balans tussen plicht en overleven.