Inspectierapport / Controlerapport.
Origineel
Inspectierapport / Controlerapport. 1 en 2 december 1944. Controle door controleurs Rak – Bekking gehouden op 1 en 2 Dec: 1944 aan de markt Alb: Cuypstraat en omgeving.
Bijv: rapport = 24/91/32
1-12-’44 In de Vechtstraat boerenkool uit laten verkoopen door Mej: C. M. Wayeret. welke aldaar werd verkocht tegen ƒ 0,50 per KG. van af een handkar. —
In de 2e Jan Steenstraat uit laten verkoopen door P. J. Langhout
134 Kg. peen
200 selderij
60 peterselie
61 prei
} Deze groenten hebben wij tegen normale prijs uitverkocht
2-12-’44
Soepgroenten uit laten verkoopen door B. Dekker aan de Maasstraat welke hij aan winkeliers te koop aanbood.
gecontroleerd
J. Bloemenstein Maasstraat 134 acc.
H. G. v.d. Broek Uiterwaardenstr: 209 acc.
Tevens nog eenige personen van de markt verwijderd waaronder één met een kookkachel.
Zie verder rapport contr: Rak.
2/12/’44
Gezien 6-12-’44
de [onleesbaar]
controleurs
[Handtekening Rak]
J. J. M. Bekking.
[Paraaf] Dit document is een verslag van marktcontroleurs tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de rapportage betreft de handhaving van de prijsbeheersing en distributie van schaarse levensmiddelen.
Opvallend is de werkwijze: in plaats van de goederen simpelweg in beslag te nemen, dwingen de controleurs de handelaren om de producten direct ter plaatse tegen de officieel vastgestelde ("normale") prijs te verkopen aan het publiek. Dit wijst op een poging om woekerprijzen tegen te gaan en de voedselvoorziening in de wijk direct te ondersteunen.
De genoemde producten (boerenkool, peen, selderij, prei) zijn typische wintergroenten die tijdens de oorlogsjaren nog mondjesmaat beschikbaar waren. De vermelding van iemand met een "kookkachel" die verwijderd werd, duidt op de illegale straathandel of het publiekelijk bereiden van schaars voedsel/brandstof, wat streng gereguleerd was. Het document dateert van begin december 1944, midden in de Hongerwinter. In de steden van West-Nederland (zoals Amsterdam) was op dat moment een catastrofaal tekort aan voedsel en brandstof ontstaan door de spoorwegstaking en de blokkades door de bezetter.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening. De controleurs maakten waarschijnlijk deel uit van de Prijsbeheersing of de Centrale Controledienst (CCD). Hun taak was tweeledig: het voorkomen van de zwarte markt (woekerprijzen) en het toezien op een eerlijke verdeling. Gezien de datum (december '44) was de situatie in de stad wanhopig; de genoemde prijs van 50 cent voor een kilo boerenkool was voor die tijd, hoewel officieel vastgesteld, voor velen al nauwelijks op te brengen, terwijl de prijzen op de zwarte markt nog vele malen hoger lagen. Controleurs Rak en Bekking; Mej. C. M. Wayeret; P. J. Langhout; B. Dekker; J. Bloemenstein; H. G. v.d. Broek.
Samenvatting
Dit document is een verslag van marktcontroleurs tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de rapportage betreft de handhaving van de prijsbeheersing en distributie van schaarse levensmiddelen.
Opvallend is de werkwijze: in plaats van de goederen simpelweg in beslag te nemen, dwingen de controleurs de handelaren om de producten direct ter plaatse tegen de officieel vastgestelde ("normale") prijs te verkopen aan het publiek. Dit wijst op een poging om woekerprijzen tegen te gaan en de voedselvoorziening in de wijk direct te ondersteunen.
De genoemde producten (boerenkool, peen, selderij, prei) zijn typische wintergroenten die tijdens de oorlogsjaren nog mondjesmaat beschikbaar waren. De vermelding van iemand met een "kookkachel" die verwijderd werd, duidt op de illegale straathandel of het publiekelijk bereiden van schaars voedsel/brandstof, wat streng gereguleerd was.
Historische Context
Het document dateert van begin december 1944, midden in de Hongerwinter. In de steden van West-Nederland (zoals Amsterdam) was op dat moment een catastrofaal tekort aan voedsel en brandstof ontstaan door de spoorwegstaking en de blokkades door de bezetter.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening. De controleurs maakten waarschijnlijk deel uit van de Prijsbeheersing of de Centrale Controledienst (CCD). Hun taak was tweeledig: het voorkomen van de zwarte markt (woekerprijzen) en het toezien op een eerlijke verdeling. Gezien de datum (december '44) was de situatie in de stad wanhopig; de genoemde prijs van 50 cent voor een kilo boerenkool was voor die tijd, hoewel officieel vastgesteld, voor velen al nauwelijks op te brengen, terwijl de prijzen op de zwarte markt nog vele malen hoger lagen.