Inspectierapport / dagrapportage van de controledienst.
Origineel
Inspectierapport / dagrapportage van de controledienst. 9 december 1944. Controle in Zuid waarbij tevens de
markt Alb: Cuypstraat in de week van
4 t/m 9 December 1944.
Bijv: rapport behoorende bij de
rapporten van contr: Lak.
Appelen uit laten verkoopen door
W. Vrijhof welke voor f 3.60 aangeboden
werden in de Bachstraat.
Ook appelen uit laten verkoopen door
J. Brouwer welke voor f 4.- werden
verkocht in de Jansteenstraat.
Tevens nog verschillende
menschen van de markt verwijderd
die zich schuldig maakte door loopender-
wijze iets aan te bieden op de markt.
9/12/’44
contr: s.
J.J.M. Bekkers
[onleesbare paraaf/naam] Dit handgeschreven rapport is opgesteld door een controleur (waarschijnlijk van de Prijsbeheersingsdienst of de economische opsporingsdienst) in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De kern van het document betreft de handhaving op de voedselprijzen. In de Bachstraat en de Jan Steenstraat zijn partijen appelen aangetroffen die voor respectievelijk 3,60 en 4 gulden werden verkocht. De zinsnede "uit laten verkoopen" duidt op een strafmaatregel waarbij de controleur de verkoper dwingt de waar direct tegen een vastgestelde (lagere) prijs aan het publiek te verkopen, in plaats van de partij in beslag te nemen.
Daarnaast wordt melding gemaakt van het verwijderen van personen die "loopenderwijze" (als straatventer zonder vergunning of buiten de kaders van de markt) goederen aanboden op de Albert Cuypmarkt. De schaarste in deze periode leidde tot veel clandestiene handel, waar de autoriteiten streng tegen optraden. Het document dateert van december 1944, midden in de Hongerwinter. In het bezette westen van Nederland was er een extreem tekort aan voedsel en brandstof. De officiële rantsoenen waren verre van voldoende om te overleven, waardoor de zwarte markt en de clandestiene handel explodeerden.
De genoemde prijzen voor appelen (f 3,60 en f 4,-) waren voor die tijd zeer hoog, zeker gezien het feit dat het gemiddelde weekloon destijds vaak niet veel meer dan 30 tot 40 gulden bedroeg. De controleurs hadden de taak om woekerprijzen tegen te gaan, hoewel de effectiviteit hiervan beperkt was door de enorme schaarste. De genoemde straten (Albert Cuypstraat, Jan Steenstraat en Bachstraat) bevinden zich in de wijk Amsterdam-Zuid (De Pijp en de Apollobuurt), een gebied waar de nood in de winter van '44-'45 catastrofaal was. W. Vrijhof J. Brouwer J.J.M. Bekkers (controleur).
Samenvatting
Dit handgeschreven rapport is opgesteld door een controleur (waarschijnlijk van de Prijsbeheersingsdienst of de economische opsporingsdienst) in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
De kern van het document betreft de handhaving op de voedselprijzen. In de Bachstraat en de Jan Steenstraat zijn partijen appelen aangetroffen die voor respectievelijk 3,60 en 4 gulden werden verkocht. De zinsnede "uit laten verkoopen" duidt op een strafmaatregel waarbij de controleur de verkoper dwingt de waar direct tegen een vastgestelde (lagere) prijs aan het publiek te verkopen, in plaats van de partij in beslag te nemen.
Daarnaast wordt melding gemaakt van het verwijderen van personen die "loopenderwijze" (als straatventer zonder vergunning of buiten de kaders van de markt) goederen aanboden op de Albert Cuypmarkt. De schaarste in deze periode leidde tot veel clandestiene handel, waar de autoriteiten streng tegen optraden.
Historische Context
Het document dateert van december 1944, midden in de Hongerwinter. In het bezette westen van Nederland was er een extreem tekort aan voedsel en brandstof. De officiële rantsoenen waren verre van voldoende om te overleven, waardoor de zwarte markt en de clandestiene handel explodeerden.
De genoemde prijzen voor appelen (f 3,60 en f 4,-) waren voor die tijd zeer hoog, zeker gezien het feit dat het gemiddelde weekloon destijds vaak niet veel meer dan 30 tot 40 gulden bedroeg. De controleurs hadden de taak om woekerprijzen tegen te gaan, hoewel de effectiviteit hiervan beperkt was door de enorme schaarste. De genoemde straten (Albert Cuypstraat, Jan Steenstraat en Bachstraat) bevinden zich in de wijk Amsterdam-Zuid (De Pijp en de Apollobuurt), een gebied waar de nood in de winter van '44-'45 catastrofaal was.