Proces-verbaal van overtreding.
Origineel
Proces-verbaal van overtreding. 18 november 1944 (voorval) en 20 november 1944 (opmaak). [Linksboven, stempel/getypt:]
Dienst van het Marktwezen
te Amsterdam.
No.
Onderwerp:
Overtreding van art.3, lid 1
van het Tuinbouwafzetbesluit
van 12 Juni 1943 no.18114.
gepleegd door:
Jacob van Delft, geboren
12 Juli 1901, van beroep
tuindersknecht en wonende
te Rijnsburg, Koestraat 4.
[Rechtsboven, handgeschreven:]
1 en 1/2 e.v.d.
op 20/11 1944
PROCES-VERBAAL.
Op Zaterdag, den achttienden November 1900 vier en veertig, omstreeks 8.30 uur, bevond ik mij, Cornelia Veerman, ambtenaar van het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter, mij in vermelde kwaliteit ter contrôle op de Centrale Markt, alhier. In het pakhuis Hal 14 trof ik 20 zakken en 1 kist met knolselderij aan. Het gewicht van deze zakken en kist knolselderij was niet direct nauwkeurig vast te stellen. Het is mij bekend, dat dit pakhuis verhuurd is aan den grossier in groente en fruit Pieter van Vliet, geboren [onleesbaar] en wonende te Amsterdam, Admiralengracht 148. In genoemd pakhuis bevond zich een persoon, die mij desgevraagd verklaarde eigenaar van deze warmoezerijgewassen te zijn. Hij kon mij van deze groente geen geldige papieren toonen en bovendien was deze groente niet aangegeven bij het Plaatselijk Verdeelingskantoor Amsterdam. Hij gaf mij desgevraagd op te zijn genaamd:
JACOB VAN DELFT,
geboren te Rijnsburg, 12 Juli 1902, Nederlander sedert geboorte, van beroep tuindersknecht en wonende te Rijnsburg, Koestraat 4, en verklaarde mij:
"Deze knolselderij is een product van mijn eigen tuin. Deze tuin is groot ca. 10 roe en is gelegen nabij mijn huis te Rijnsburg. Ik heb geen teeltvergunning voor de teelt van warmoezerijgewassen. Ik heb deze 20 zakken en 1 kist knolselderij door schipper van Noort van Rijnsburg naar de Centrale Markt laten vervoeren en heb hiervoor 50 cent vracht per collo betaald. Ik ben in loondienst bij den grossier in groente en fruit Pieter van Vliet. Van Vliet weet echter niet, dat ik dit doe. Ik heb dit geheel buiten hem om gedaan. Ik ben niet gerechtigd den groothandel in warmoezerijgewassen uit te oefenen. Ik was van plan deze knolselderij aan kleinhandelaren hier op de markt te verkoopen."
Verdachte is met zijn overtreding in kennis gesteld en proces-verbaal aangezegd.
Naamsopgave en verdere gegevens zijn conform persoonsbewijs.
De 20 zakken en 1 kist knolselderij, wegende totaal 450 Kg. netto heb ik inbeslaggenomen en gedeponeerd bij den Gemeentelijken Gevolmachtigde voor Grossierszaken in Groente en Fruit, Jac. Broerse, gevestigd op de Centrale Markt te Amsterdam. De netto-opbrengst van de knolselderij ten bedrage van f. [onleesbaar] is door dezen functionaris overgemaakt aan den Provincialen Voedselcommissaris voor Noord-Holland, Kerkplein 13 te Alkmaar.
En heb hiervan op ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend, te Amsterdam, den twintigsten November 1900 vier en veertig.
De Ambtenaar bij het Marktwezen voornoemd,
[Signatuur:] C. Veerman
(C. Veerman). Het document is een officieel proces-verbaal opgemaakt door Cornelia Veerman, een vrouwelijke ambtenaar en onbezoldigd veldwachter in dienst van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak betreft de illegale handel in 450 kg knolselderij.
De verdachte, Jacob van Delft, een tuindersknecht uit Rijnsburg, heeft de groente op eigen grond verbouwd zonder de verplichte teeltvergunning. Hij heeft de partij buiten de officiële distributiekanalen om (het Plaatselijk Verdelingskantoor) naar Amsterdam getransporteerd. Hij gebruikte hiervoor de opslagruimte van zijn werkgever (Pieter van Vliet), naar eigen zeggen zonder diens medeweten. De bedoeling was om de goederen direct aan winkeliers op de markt te verkopen, wat een overtreding was van de distributiewetten. De goederen zijn in beslag genomen en de opbrengst is overgedragen aan de Voedselcommissaris. Dit document stamt uit november 1944, een kritieke fase in de Nederlandse geschiedenis. West-Nederland bevond zich op dat moment in de vroege fase van de Hongerwinter. De Duitse bezetter had zeer strikte regels opgesteld voor de teelt en distributie van voedsel (het Tuinbouwafzetbesluit van 1943) om de voedselvoorziening te controleren en een deel van de productie naar Duitsland te kunnen dirigeren.
Vanwege de extreme schaarste ontstond er een levendige 'grijze' en zwarte markt. Particulieren en kleine producenten probeerden buiten de officiële kanalen om voedsel naar de steden te brengen, waar de prijzen enorm hoog waren. Hoewel de verdachte stelt dat hij de groente zelf wilde verkopen, was dit in de ogen van de wet "economische sabotage" of illegale handel. De betrokkenheid van een vrouwelijke opsporingsambtenaar (Cornelia Veerman) is interessant, daar dergelijke rollen tijdens de oorlog vaker door vrouwen werden ingevuld vanwege het tekort aan mannelijk personeel.