Handgeschreven brief (vermoedelijk een anonieme verklikkerbrief of een formele klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (vermoedelijk een anonieme verklikkerbrief of een formele klacht). 10 november 1944. (Bovenaan rechts:)
Veldhuis te onderzoeken
A'dam 10 Nov. 1944
(Bovenaan links, paarse stempel:)
No 26/94/1 M. 1944 21/12
(Linkermarge in rood:)
Spoed!
Afschrift [onleesbaar teken] v/ [onleesbaar teken] van dit stuk 23-12-44
(Hoofdtekst:)
Wel Ed. Heer.
Tot u wend ik mij met een zeer groote grief, in de hoop dat u in dezen de rechte man op de rechte plaats blijkt te zijn. Sedert geruimen tijd reeds wordt er op de aardappelmarkt vreeselijk geknoeid met het afleveren daarvan. Ik zal u zeggen hoe. Als een aardappelhandelaar op de markt komt en vraagt 10 Mud aardappelen dan worden hem die gegeven, maar dan wordt er door de aardappelscheppers een mud of 4-5 en zelfs meer bij gedaan voor zwarte prijzen dus zonder Bon. Dat is toch een zeer grote fout in de voedselvoorziening? Ik zelf heb 4 kinderen en moet dus met 10 kilo aardappelen in de week toekomen, wat zoo goed als onmogelijk is. Ik word zenuwachtig van de zorgen en denken om rond te komen en als je dan zoiets hoort is dat een beroerd ding. Hoeveel aardappelen zijn er dus in dien tijd al niet bonloos weggegaan wat toch niet de bedoeling is, van een rechtmatige verdeeling niet waar. * Inhoud: De schrijver klaagt over grootschalige corruptie bij de Amsterdamse aardappelmarkt. Handelaren kopen officieel 10 mud (een mud is circa 70 kg), maar krijgen tegen betaling van "zwarte prijzen" 4 tot 5 mud extra mee zonder dat daar distributiebonnen tegenover staan.
* Toon: De brief is geschreven vanuit een mengeling van wanhoop en morele verontwaardiging. De persoonlijke situatie van de schrijver (vier kinderen, moeten overleven op een karig rantsoen) dient als bewijs voor de onrechtvaardigheid van de situatie.
* Administratieve verwerking: De rode aantekeningen "Veldhuis te onderzoeken" en "Spoed!" suggereren dat de autoriteiten (waarschijnlijk de politie of de Prijsbeheersing) de klacht serieus namen en een onderzoek instelden naar een specifiek individu genaamd Veldhuis. Dit document stamt uit november 1944, het begin van de Hongerwinter in West-Nederland. Na de Spoorwegstaking en de Duitse blokkades ontstonden er enorme tekorten aan voedsel en brandstof. Aardappelen waren een cruciaal onderdeel van het schaarse dieet, maar de officiële rantsoenen waren verre van voldoende om een gezin te voeden.
In deze periode tierde de zwarte handel welig. Terwijl de gewone burger afhankelijk was van distributiebonnen, konden zij met geld of waardevolle goederen via het "zwarte circuit" extra voorraden bemachtigen. Dit leidde tot grote sociale spanningen en een cultuur van verklikking, waarbij burgers misstanden rapporteerden aan de autoriteiten in de hoop op een eerlijkere verdeling of uit pure frustratie over de corruptie die ten koste ging van de hongerende bevolking.