Dienstbrief / Officiële correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Officiële correspondentie. 2 maart 1944. Gemeente Amsterdam, Afdeeling Assurantiezaken en Wettelijke Aansprakelijkheid (Ass.Z. en W.A.). [Logo: Wapen van Amsterdam]
№ 3/3/2 M.1944 6/3
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal 197, kamer 28
Telefoon 43130, 43321 Toestel 561
Postgiro 13500 (193)
Gemeentegiro 193
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. Ass.Z. en W.A. No. 2/4682 Bijlagen: Datum: 2 Maart 1944.
Uw brief d.d. 11 Februari 1944
No. 3/3/1M.
Den Heer Directeur voor het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m (W.).
Naar aanleiding van Uw bovenaangehaald schrijven betreffende het beschadigen van een standpijp, deel ik U mede, dat uit het dezerzijds ingestelde onderzoek, hetwelk zeer werd bemoeilijkt door de zeer late melding van het gebeurde, niet is kunnen blijken, wie voor de aangerichte schade aansprakelijk is. Het bedrag der schade is inmiddels vastgesteld op ƒ 11,86.
Ik verzoek U dit bedrag op bovenvermelde girorekening te willen overschrijven.
[Handgeschreven aantekeningen links:]
nota volgt
fm 1447 [?]
De Administrateur,
Hoofd van de Afdeeling,
[Handtekening]
[Watermerk in papier:] BOND NED FABR BORREGAARD Het document is een typerend voorbeeld van ambtelijke correspondentie tussen verschillende diensten van de Gemeente Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De afdeling Assurantiezaken stelt vast dat de dader van een vernieling (een standpijp bij de Markthallen) niet te achterhalen is. De reden die hiervoor gegeven wordt — een te late melding van het incident — klinkt als een lichte ambtelijke berisping richting de Directie van het Marktwezen.
Hoewel de schuldige onbekend is, wordt het schadebedrag van ƒ 11,86 (vergelijkbaar met ongeveer €85,- in huidige waarde) verhaald op de dienst waar de schade plaatsvond. De handgeschreven opmerking "nota volgt" geeft aan dat deze brief dient als besluit, waarna de feitelijke financiële afhandeling via een factuur zal verlopen. De brief is gedateerd op 2 maart 1944, een periode waarin Nederland gebukt ging onder de Duitse bezetting en schaarste aan materialen. Elk defect aan de infrastructuur, zoals een standpijp (gebruikt voor waterwinning uit brandkranen, essentieel op een markt), was een administratieve last.
De locatie Jan van Galenstraat 14 verwijst naar de Centrale Markthallen, die in die tijd het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam vormden. De strikte toon en nauwgezette registratie van relatief kleine bedragen laten zien dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de oorlogsomstandigheden, trachtte de bureaucratische orde volledig te handhaven.