Handgeschreven brief (concept of kopie) betreffende een zakelijk geschil over een factuur.
Origineel
Handgeschreven brief (concept of kopie) betreffende een zakelijk geschil over een factuur. Verwijst naar correspondentie van 19 juli en 26 oktober 1943. Het document zelf is vermoedelijk van kort daarna (eind 1943). 3/15/1
De Afdeeling Assurantiezaken,
Raadhuis,
Alhier.
Onder verwijzing naar mijn brieven
van 19 Juli 1943 no 3/11/2 m, 26 October
1943 no 3/11/3 en de van U ontvangen nota
no 054 groot f 405,- heb ik de eer U te berichten,
dat, naar mij thans is gebleken, het defect
geraakte statjuk niet door een van zwaarder
constructie doch door een van hetzelfde type als voorheen
is vervangen. De ~~waarom~~ hoogere kosten
~~voor het plaatsen van een zwaarder juk waren~~
zijn dus ten onrechte aan fac. * Inhoud: De schrijver maakt bezwaar tegen de hoogte van een rekening (nota 054 van 405 gulden). De kern van het bezwaar is dat er voor een "zwaarder constructie" juk is betaald, terwijl er in werkelijkheid een standaardonderdeel ("hetzelfde type als voorheen") is geplaatst. De extra kosten zijn daarom onterecht in rekening gebracht.
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "naar mij thans is gebleken"). De brief bevat diverse doorhalingen, wat wijst op een conceptversie waarin de schrijver zocht naar de juiste formulering.
* Terminologie: "Statjuk" (of mogelijk "sluitjuk") verwijst naar een specifiek technisch onderdeel, waarschijnlijk van een machine, voertuig of hijsinstallatie. De afkorting "fac." aan het eind staat voor "factuur". * Historische context: Het document is gedateerd in 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlog gingen civiele en gemeentelijke administratieve processen, zoals verzekeringskwesties en onderhoud aan materieel, gewoon door.
* Lokale context: Het gebruik van de term "Alhier" bij de adressering naar het "Raadhuis" geeft aan dat de afzender zich in dezelfde gemeente bevond als de betreffende ambtenaren.
* Economische context: Een bedrag van 405 gulden was in 1943 aanzienlijk (vergelijkbaar met meerdere maandsalarissen voor een arbeider), wat verklaart waarom de schrijver nauwkeurig controleerde of het geleverde werk overeenkwam met de factuur.
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver maakt bezwaar tegen de hoogte van een rekening (nota 054 van 405 gulden). De kern van het bezwaar is dat er voor een "zwaarder constructie" juk is betaald, terwijl er in werkelijkheid een standaardonderdeel ("hetzelfde type als voorheen") is geplaatst. De extra kosten zijn daarom onterecht in rekening gebracht.
- Taalgebruik: Formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "naar mij thans is gebleken"). De brief bevat diverse doorhalingen, wat wijst op een conceptversie waarin de schrijver zocht naar de juiste formulering.
- Terminologie: "Statjuk" (of mogelijk "sluitjuk") verwijst naar een specifiek technisch onderdeel, waarschijnlijk van een machine, voertuig of hijsinstallatie. De afkorting "fac." aan het eind staat voor "factuur".
Historische Context
- Historische context: Het document is gedateerd in 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlog gingen civiele en gemeentelijke administratieve processen, zoals verzekeringskwesties en onderhoud aan materieel, gewoon door.
- Lokale context: Het gebruik van de term "Alhier" bij de adressering naar het "Raadhuis" geeft aan dat de afzender zich in dezelfde gemeente bevond als de betreffende ambtenaren.
- Economische context: Een bedrag van 405 gulden was in 1943 aanzienlijk (vergelijkbaar met meerdere maandsalarissen voor een arbeider), wat verklaart waarom de schrijver nauwkeurig controleerde of het geleverde werk overeenkwam met de factuur.