Getypte brief (doorslag of kantoorkopie) met handgeschreven kantekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kantoorkopie) met handgeschreven kantekeningen. 13 september 1944. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst). De afdeeling Assurantiezaken, Raadhuis, Alhier (ter plaatse). [Rechtsboven, handgeschreven:] Hmulder [?]
3/15/1M. [TAB] 13 September 1944. SV
[TAB] De afdeeling Assurantie-
[TAB] zaken,
[TAB] Raadhuis,
[TAB] A l h i e r.
[TAB] =============
[TAB][TAB] Onder verwijzing naar mijn brieven
van 19 Juli 1943 no 3/11/2M., 26 October
1943 no. 3/11/3 en de van U ontvangen nota
no. 054 groot f. 405, heb ik de eer U te
berichten, dat, naar mij thans is gebleken,
het defect geraakte stootjuk niet door een
van zwaardere constructie doch door een van
hetzelfde type als voorheen is vervangen.
[TAB][TAB] De hoogere kosten voor het plaat-
sen van een zwaarder juk zijn dus ten onrech-
te aan de Nederlandsche Spoorwegen vergoed.
[TAB][TAB] Beleefd verzoek ik U de behande-
ling van deze aangelegenheid op U te willen
nemen.
[Rechtsonder:] De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven in groen potlood:]
nog niet afgedaan
zal door [onleesbaar] geschieden
worden
zie 3/3/3 m 1945
[Onderaan, handgeschreven in rood krijt:]
Cradama [?]
no 2
4/46 In deze brief rapporteert de directeur van een onbekende dienst (mogelijk Gemeentewerken) een fout in een eerdere schadeclaim aan de afdeling Assurantiezaken van de gemeente.
De kern van de zaak is de vervanging van een "stootjuk" (een blokkade aan het einde van een spoorstation om treinen te stoppen). Eerder was aangenomen dat het defecte juk was vervangen door een duurder, zwaarder model. De kosten hiervoor (405 gulden) waren blijkbaar verrekend met of geclaimd bij de Nederlandsche Spoorwegen (NS). Nu blijkt echter dat er een identiek model is geplaatst, waardoor de NS "ten onrechte" een te hoge vergoeding heeft betaald of toegewezen gekregen. De directeur verzoekt de verzekeringsafdeling dit administratief en financieel recht te zetten.
De handgeschreven notities onderaan tonen aan dat de zaak niet direct werd opgelost. De verwijzing naar 1945 en de datum "4/46" (april 1946) in rood krijt wijzen op een langdurige afwikkeling die pas na de bevrijding werd afgerond. De datum van de brief, 13 september 1944, is historisch zeer relevant. Op dat moment was het zuiden van Nederland net bevrijd en stond de operatie Market Garden (start 17 september) op het punt te beginnen. In het nog bezette deel van Nederland heerste grote spanning.
Ondanks de oorlogssituatie en de naderende frontlinie, bleef de gemeentelijke bureaucratie in de steden (zoals hier in het "Raadhuis, Alhier") gewoon functioneren. Er werd nog steeds gecorrespondeerd over civiele schadegevallen en verzekeringskwesties.
De rol van de Nederlandsche Spoorwegen is hierbij saillant: slechts vier dagen na deze brief, op 17 september 1944, riep de Nederlandse regering in Londen de algemene spoorwegstaking uit om het Duitse troepentransport te hinderen. Dit document is dus een voorbeeld van de "business as usual" sfeer in het ambtenarenapparaat vlak voordat de situatie in Nederland door de spoorwegstaking en de hongerwinter volledig zou ontregelen.