Handgeschreven proces-verbaal/rapport van de Marktrecherche.
Origineel
Handgeschreven proces-verbaal/rapport van de Marktrecherche. 10 en 11 november 1944. [Linksboven]
Controleurs.
Luk, en
Toekhering
Rapport
[Rechtsboven]
I
Aan den Heer
Inspecteur
Marktwezen
Alhier.
[Midden]
van Vrijdag 10 November 1944
en Zaterdag 11 November 1944.
Markt: Albert Cuypstraat en
omg. Zuid.
[Tekst onder datum 10/11 .44]
10/11 .44
Jan Grieking
6-1-1913 te Amsterdam
IJzerwerker - Kramatweg 71 III
Amsterdam. - oost.
Bovengenoemde persoon, trof ik
aan op den openbaren weg, waar hij aan het
passeerend publiek, wortelen en rauwe kroten
verkocht voor f 0.50 per kilo. Boven vastgestelde
prijs aan het publiek verkocht.
[Onderste gedeelte]
Marinus van Lil.
7-6-1913 te Amsterdam.
IJzerwerker
Schaepmanstraat 29 I
Amsterdam. - West. * Handschrift: Het document is geschreven in een vlot, zakelijk cursief handschrift uit de midden-20e eeuw. Het is goed leesbaar, met typische ambtelijke formuleringen ("Alhier", "den openbaren weg").
* Inhoud: Het betreft een mutatie of rapportage van de Amsterdamse "Marktrecherche". Twee mannen, Jan Grieking en Marinus van Lil (beiden ijzerwerker van beroep en van hetzelfde geboortejaar), worden gerapporteerd voor illegale straathandel.
* Specifieke overtreding: Grieking werd betrapt op het verkopen van wortelen en kroten (bieten) voor 50 cent per kilo. De controleur merkt expliciet op dat dit "Boven vastgestelde prijs" was. In de context van de schaarste in 1944 werd dit beschouwd als prijsopdrijving of zwarte handel.
* Opmaak: Het document bevat administratieve kenmerken zoals een Romeinse 'I' bovenin en een duidelijke scheiding tussen de personalia van de verdachten en de feitelijke constatering. Dit document stamt uit november 1944, de beginperiode van de Hongerwinter in het bezette West-Nederland. Door de spoorwegstaking en de blokkades van de Duitse bezetter ontstonden extreme voedseltekorten in steden als Amsterdam.
Om de weinige beschikbare middelen eerlijk te verdelen en woekerprijzen te voorkomen, hanteerde het Bureau voor de Voedselvoorziening strikte maximumprijzen. De "Inspectie van het Marktwezen" hield toezicht op de markten en de straathandel. In deze periode trachtten veel arbeiders (zoals de hier genoemde ijzerwerkers) door directe verkoop van groenten op straat iets bij te verdienen of aan voedsel te komen, wat door de autoriteiten strikt werd gecontroleerd om de 'zwarte markt' in te dammen. De Albert Cuypmarkt bleef, ondanks de lege kramen, een centraal punt voor dergelijke informele handel.