Archiefdocument
Origineel
(Opmerking: Vanwege de afgesneden rechterzijde zijn ontbrekende delen waar mogelijk tussen vierkante haken aangevuld op basis van context.)
MARKTWEZEN
AMSTERDAM.
—————
Aan den houder van een vent- of op[kooper- vergunning. De]
bedoelde vergunning opnieuw verleend moe[ten worden, uiterlijk]
later tot en met 31 Mei 1942, indien de be[trokkene het]
beroep van venter of opkooper wenscht voo[rt te zetten.]
De venter of opkooper, die voor opni[euwe aan-]
merking wil komen, moet zich of iemand na[mens hem met de]
vergunning vervoegen op het Hoofdkantoo[r aan de ...]
straat 14, Amsterdam-West en wel op [de volgende data:]
op 2 Mei indien hij in h[et bezit is van de]
serie-nummers [...]
op 5, 6, 7, 8 of 9 Mei indien hij in [het bezit is van]
de serie-numm[ers ...]
EM, TM of E[...]
op 12, 13, 14, 15 of 16 Mei indien hij in [het bezit is van]
de serie-numm[ers ...]
op 19, 20, 21 of 23 Mei indien hij in [het bezit is van]
de serie-numm[ers ...]
op 26, 27, 28, 29 of 30 Mei indien hij in [het bezit is van]
de serie-numm[ers ...]
Des Zaterdags zijn de kantoren voo[r ...]
Venters, die op andere dagen kome[n, kunnen]
wel geholpen worden, doch loopen kans, lar[ger te moeten wachten dan]
anderen.
In elk geval moet ieder, die na 1 [Juni ...] Dit document is een administratieve oproep van de dienst Marktwezen in Amsterdam. Het doel is het reguleren van de verlenging van handelsvergunningen voor straatverkopers (venters) en opkopers voor het jaar 1942.
De tekst dicteert een strikt schema voor de aanvraag, waarbij de doelgroep op basis van het serienummer van hun huidige vergunning op specifieke dagen in mei naar het hoofdkantoor moet komen. Dit kantoor was gevestigd in Amsterdam-West (gezien het huisnummer 14 betreft dit waarschijnlijk de Jan van Galenstraat, waar de Centrale Markthallen gevestigd waren). De toon is zakelijk en dwingend, met een waarschuwing voor lange wachttijden bij het niet naleven van de aangewezen data. Het document is historisch significant vanwege de datering: mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de bureaucratie door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur ingezet als instrument voor controle en uitsluiting.
Specifiek voor de Amsterdamse straathandel was dit een kritieke periode voor de Joodse bevolking. Veel Joden waren werkzaam als venter of op de markt. Door middel van dit soort vergunningsstelsels werd de "ontjoodsing" van de economie uitgevoerd; Joodse handelaren kregen vaak geen nieuwe vergunning meer of werden door de registratieplicht direct in kaart gebracht voor verdere vervolging. De deadline van 31 mei 1942 markeert een moment vlak voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam begonnen.