Handgeschreven ambtelijke notitie of interne rapportage op een los vel bruin papier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of interne rapportage op een los vel bruin papier. 6 juni 1944 en 9 juni 1944. Ik heb reeds op de dagstaat
vermeld dat de aanvoeren
van genoemde personen
op straat is verkocht (op de markt)
omdat het wachtend publiek
reeds was weggegaan
A van D - 6 '44 -
opberg - 31
9 - 6 - 44.
Dekker De notitie is een beknopte verantwoording voor een onregelmatigheid in de distributie of verkoop van goederen. De schrijver legt uit dat bepaalde "aanvoeren" (goederen of partijen voedsel) direct op straat of op de markt zijn verkocht in plaats van via de reguliere weg. De opgegeven reden is logistiek van aard: het publiek dat normaal gesproken zou wachten op de officiële verkoop, was al naar huis gegaan.
De tekst verwijst naar een "dagstaat", wat duidt op een systematische administratie (waarschijnlijk van een controle-instantie of marktmeester). De aantekening "opberg - 31" en de naam "Dekker" met de datum 9-6-44 lijken een administratieve afhandeling of archivering door een tweede persoon te bevestigen. Het document dateert van begin juni 1944, de periode rond de geallieerde invasie in Normandië (D-Day was op 6 juni). In deze fase van de bezetting was de voedselvoorziening en distributie in Nederland streng gereguleerd en vaak problematisch door schaarste en transportproblemen.
Dergelijke notities zijn typerend voor instanties zoals de Crisis Controle Dienst (CCD) of lokale distributiekantoren die toezicht hielden op de rechtmatige handel. Het direct op straat verkopen van goederen was vaak een noodgreep om bederf van verse waren te voorkomen wanneer de normale distributieketen haperde. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de improvisatie die nodig was om de voedselvoorziening in oorlogstijd draaiende te houden.
Samenvatting
De notitie is een beknopte verantwoording voor een onregelmatigheid in de distributie of verkoop van goederen. De schrijver legt uit dat bepaalde "aanvoeren" (goederen of partijen voedsel) direct op straat of op de markt zijn verkocht in plaats van via de reguliere weg. De opgegeven reden is logistiek van aard: het publiek dat normaal gesproken zou wachten op de officiële verkoop, was al naar huis gegaan.
De tekst verwijst naar een "dagstaat", wat duidt op een systematische administratie (waarschijnlijk van een controle-instantie of marktmeester). De aantekening "opberg - 31" en de naam "Dekker" met de datum 9-6-44 lijken een administratieve afhandeling of archivering door een tweede persoon te bevestigen.
Historische Context
Het document dateert van begin juni 1944, de periode rond de geallieerde invasie in Normandië (D-Day was op 6 juni). In deze fase van de bezetting was de voedselvoorziening en distributie in Nederland streng gereguleerd en vaak problematisch door schaarste en transportproblemen.
Dergelijke notities zijn typerend voor instanties zoals de Crisis Controle Dienst (CCD) of lokale distributiekantoren die toezicht hielden op de rechtmatige handel. Het direct op straat verkopen van goederen was vaak een noodgreep om bederf van verse waren te voorkomen wanneer de normale distributieketen haperde. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de improvisatie die nodig was om de voedselvoorziening in oorlogstijd draaiende te houden.