Officiële bekendmaking/oproep.
Origineel
Officiële bekendmaking/oproep. April 1941. AMSTERDAM, April 1941.
pkoopersvergunning wordt medegedeeld, dat
oet worden voor het tijdvak 1 Juni 1941 of
betrokkene in het laatstgenoemde tijdvak het
ort te zetten of weder op te nemen.
nieuw verleening van zijn vergunning in aan-
amens hem in de maand Mei 1941 met zijn
or van het Marktwezen, Jan van Galen-
een der navolgende dagen :
het bezit is van een vergunning dragende de -
1, 2, 3, 4 of 5 ;
het bezit is van een vergunning, dragende
mers 6, 7, 8, 9 of 10 of de serie-letters EW,
EZ ;
het bezit is van een vergunning, dragende
mers 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 of 18 ;
het bezit is van een vergunning, dragende
mers 19, 20, 21, 22 of 23 ;
het bezit is van een vergunning, dragende
mers 24, 25, 26, 27 of 28.
or het betalen van ventgelden gesloten.
en dan waarop zij zijn opgeroepen, kunnen
nger aan de loketten te moeten wachten dan
1 Juni 1941 ventende wordt aangetroffen Dit document is een fragment van een officiële aankondiging gericht aan straathandelaren en marktkramers in Amsterdam. De tekst is aan de linkerzijde en onderzijde afgesneden, maar de essentie is duidelijk: het betreft een oproep voor de verlenging van de "pkoopersvergunning" (waarschijnlijk 'koopmansvergunning' of 'ventvergunning') voor de periode beginnend op 1 juni 1941.
De tekst specificeert dat vergunninghouders zich in de maand mei 1941 moeten melden bij het kantoor van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat. Er is een strikt schema opgesteld waarbij de handelaren op specifieke dagen moeten verschijnen, gebaseerd op het nummer of de letterreeks van hun huidige vergunning. Dit systeem was bedoeld om de drukte bij de loketten te spreiden en de administratieve afhandeling van de "ventgelden" (precariorechten of marktgelden) te stroomlijnen. De laatste regel waarschuwt dat wie na 1 juni zonder geldige papieren aan het venten is, sancties riskeert. Het document dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode trachtte de bezetter, vaak via het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat, de controle op het economische leven te verstrakken.
Het "Marktwezen" in Amsterdam was gevestigd bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De registratie van marktkooplieden was voor de bezetter niet alleen van administratief belang, maar ook een middel om toezicht te houden op de voedselvoorziening en distributie. Bovendien werd in 1941 de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven steeds verder doorgevoerd. Hoewel dit specifieke fragment daar niet direct over spreekt, vonden er in deze periode veelvuldig controles en nieuwe verordeningen plaats die specifiek gericht waren op het weren van Joodse marktkooplieden van de Amsterdamse markten. Een dergelijke herregistratie kon dienen als filtermoment.