Handgeschreven ambtelijke of politionele notitie op een klein, gelinieerd memoblaadje met een kartelrand aan de bovenzijde.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of politionele notitie op een klein, gelinieerd memoblaadje met een kartelrand aan de bovenzijde. 2 mei 1944 (genoteerd als 2/5 '44). [Rechtsboven:]
De Vries
[Midden boven, onderstreept:]
Zwager
[Hoofdtekst:]
opnieuw onder-
zoek : Markt- en
vlootadministratie
is wat voor
rekeningen
in boeken Prinsengracht
1939 - zaterdagen
niet aangetroffen!
[Rechtsonder, verticaal/schuin geschreven:]
bewoner
is onbekend
wil ons
niets te
zijn geweest
[Onderaan midden:]
[Paraaf/teken]
[Rechtsonder:]
2/5 '44 * Inhoud: Het document betreft een verslag van een administratief onderzoek of een huiszoeking. Er wordt specifiek gezocht naar bewijsstukken ("rekeningen") in de boekhouding van een pand aan de Prinsengracht uit het jaar 1939, met name gericht op de zaterdagen. De "Markt- en vlootadministratie" wordt genoemd als de bron of het onderwerp van onderzoek.
* Resultaat: De gezochte informatie is "niet aangetroffen". De kanttekening rechtsonder meldt dat de huidige bewoner onbekend is en beweert nergens van te weten ("wil ons niets te zijn geweest").
* Namen: "De Vries" en "Zwager" kunnen namen van betrokken ambtenaren, rechercheurs of verdachten zijn. "Zwager" staat groot en onderstreept bovenaan, wat kan duiden op een dossiernaam of hoofdonderwerp.
* Handschrift: Het schrift is een typisch 20e-eeuws Nederlands 'kantoorschrift'. De hoofdtekst is gehaast maar duidelijk geschreven. De kanttekening is in een kleiner, mogelijk ander handschrift toegevoegd. De datum 2 mei 1944 plaatst dit document midden in de bezettingsjaren van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Prinsengracht in Amsterdam was een locatie met veel bedrijvigheid, maar ook een plek waar veel onderduikers zaten (denk aan het Achterhuis, Prinsengracht 263).
Dergelijke notities werden vaak opgesteld door de Crisis-Controle-Dienst (CCD), de Economische Controledienst of de politie die onderzoek deed naar fraude, zwarte handel of het niet naleven van administratieve voorschriften. Gezien de focus op "1939" (vóór de oorlog) en "zaterdagen", kan het onderzoek ook een politieke of racistische achtergrond hebben, waarbij men probeerde aan te tonen dat bepaalde transacties of bewoners niet klopten met de administratie. De opmerking over de "onbekende bewoner" wijst op een situatie waarbij men aan de deur is geweest maar geen medewerking kreeg, wat in 1944 vaak voorkwam bij panden waar illegale activiteiten plaatsvonden. Politie
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft een verslag van een administratief onderzoek of een huiszoeking. Er wordt specifiek gezocht naar bewijsstukken ("rekeningen") in de boekhouding van een pand aan de Prinsengracht uit het jaar 1939, met name gericht op de zaterdagen. De "Markt- en vlootadministratie" wordt genoemd als de bron of het onderwerp van onderzoek.
- Resultaat: De gezochte informatie is "niet aangetroffen". De kanttekening rechtsonder meldt dat de huidige bewoner onbekend is en beweert nergens van te weten ("wil ons niets te zijn geweest").
- Namen: "De Vries" en "Zwager" kunnen namen van betrokken ambtenaren, rechercheurs of verdachten zijn. "Zwager" staat groot en onderstreept bovenaan, wat kan duiden op een dossiernaam of hoofdonderwerp.
- Handschrift: Het schrift is een typisch 20e-eeuws Nederlands 'kantoorschrift'. De hoofdtekst is gehaast maar duidelijk geschreven. De kanttekening is in een kleiner, mogelijk ander handschrift toegevoegd.
Historische Context
De datum 2 mei 1944 plaatst dit document midden in de bezettingsjaren van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Prinsengracht in Amsterdam was een locatie met veel bedrijvigheid, maar ook een plek waar veel onderduikers zaten (denk aan het Achterhuis, Prinsengracht 263).
Dergelijke notities werden vaak opgesteld door de Crisis-Controle-Dienst (CCD), de Economische Controledienst of de politie die onderzoek deed naar fraude, zwarte handel of het niet naleven van administratieve voorschriften. Gezien de focus op "1939" (vóór de oorlog) en "zaterdagen", kan het onderzoek ook een politieke of racistische achtergrond hebben, waarbij men probeerde aan te tonen dat bepaalde transacties of bewoners niet klopten met de administratie. De opmerking over de "onbekende bewoner" wijst op een situatie waarbij men aan de deur is geweest maar geen medewerking kreeg, wat in 1944 vaak voorkwam bij panden waar illegale activiteiten plaatsvonden.