Archiefdocument
Origineel
21 april 1944 [Getypte tekst]
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West) Telefoon 85151
No.: 20/33/1 M. RP.
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
Bijlagen:
Onderwerp:
Amsterdam, 21 April 1944
Mevr.A.Smit
Spuistraat 195
Amsterdam-Centrum
==================
Hiermede bericht ik U, dat aan Uw verzoek niet kan worden voldaan, aangezien uit de administratie van mijn dienst niet is gebleken, dat U een plaats op een der markten innam met 2e handsche goederen.
De Directeur,
[onleesbare handtekening]
[Handgeschreven tekst onderaan]
N.a.v. Uw verzoek bericht ik U, dat mij bij onderzoek in de administratie van mijn dienst is gebleken, dat U van 15 Maart tot 30 November 1943 een vaste plaats op de Nieuwmarkt alleen heeft ingenomen voor de verkoop van tweede-handsch-meubelen.
[paraaf] Het document toont een interessant voorbeeld van ambtelijke correctie tijdens de bezettingsjaren. De getypte tekst is een formele afwijzing: de administratie van het Marktwezen zou geen bewijs hebben dat mevrouw Smit een marktplaats voor tweedehands goederen exploiteerde. De handgeschreven notitie daaronder vormt echter een directe rectificatie. Hierin wordt bevestigd dat nader onderzoek heeft uitgewezen dat zij in 1943 wel degelijk een vaste plek had op de Nieuwmarkt voor de verkoop van tweedehands meubels. De notitie dient waarschijnlijk als basis voor een gecorrigeerd besluit of als interne aantekening op het dossierstuk na een ingediend bezwaar door de betrokkene. De brief is gedateerd op 21 april 1944, een periode van extreme schaarste in het bezette Nederland. De handel in tweedehands goederen en meubilair was in deze tijd een bittere noodzaak voor veel Amsterdammers. De locatie die in de handgeschreven notitie wordt genoemd, de Nieuwmarkt, is historisch significant; dit plein lag in de Jodenbuurt. Ten tijde van de genoemde periode (maart - november 1943) vonden de laatste grote deportaties van de Joodse bevolking uit deze wijk plaats, wat de handel in (vaak uit leeggehaalde woningen afkomstige) tweedehands meubelen op die specifieke locatie in een wrang daglicht stelt. Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, strikt vasthield aan administratieve procedures en registraties.
Samenvatting
Het document toont een interessant voorbeeld van ambtelijke correctie tijdens de bezettingsjaren. De getypte tekst is een formele afwijzing: de administratie van het Marktwezen zou geen bewijs hebben dat mevrouw Smit een marktplaats voor tweedehands goederen exploiteerde. De handgeschreven notitie daaronder vormt echter een directe rectificatie. Hierin wordt bevestigd dat nader onderzoek heeft uitgewezen dat zij in 1943 wel degelijk een vaste plek had op de Nieuwmarkt voor de verkoop van tweedehands meubels. De notitie dient waarschijnlijk als basis voor een gecorrigeerd besluit of als interne aantekening op het dossierstuk na een ingediend bezwaar door de betrokkene.
Historische Context
De brief is gedateerd op 21 april 1944, een periode van extreme schaarste in het bezette Nederland. De handel in tweedehands goederen en meubilair was in deze tijd een bittere noodzaak voor veel Amsterdammers. De locatie die in de handgeschreven notitie wordt genoemd, de Nieuwmarkt, is historisch significant; dit plein lag in de Jodenbuurt. Ten tijde van de genoemde periode (maart - november 1943) vonden de laatste grote deportaties van de Joodse bevolking uit deze wijk plaats, wat de handel in (vaak uit leeggehaalde woningen afkomstige) tweedehands meubelen op die specifieke locatie in een wrang daglicht stelt. Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, strikt vasthield aan administratieve procedures en registraties.