Getypte brief (vermoedelijk een doorslag of archiefexemplaar).
Origineel
Getypte brief (vermoedelijk een doorslag of archiefexemplaar). 16 september 1944 (verzonden op 18 september 1944). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). Den Heer Waarnemend Politie-president te Amsterdam. [Handgeschreven, bovenaan midden:] Verzonden 18/9 [paraaf/stempel?] HB.
[Links boven:] 20/47/6M. 1.
[Rechts boven:] 16 September 1944.
[Geadresseerde:]
Den Heer Waarnemend Politie-
president,
Marnixstraat 260-264,
Amsterdam-Centrum.
=======================
[Inhoud:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 4 September
jl. no. 20/47/5 M., heb ik de eer U in bij-
lage dezes een lijst van aanvragers voor een
plaats op een der markten alhier te doen toe-
komen.
Beleefd verzoek ik U mij ook omtrent deze
personen te doen inlichten.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Handgeschreven links onder:]
20/47/5
_ * Onderwerp: De brief betreft de screening van burgers die een standplaats op de Amsterdamse markten hebben aangevraagd. De directeur van de betreffende dienst stuurt een lijst met namen naar de waarnemend Politie-president.
* Doel: Het expliciete verzoek aan de politie is om "inlichtingen" te verstrekken over deze aanvragers. In de context van 1944 betekende dit een politiek en/of antecedentenonderzoek.
* Locatie: De Marnixstraat 260-264 was tijdens de bezetting het hoofdkwartier van de Amsterdamse politie. De functie van 'Politie-president' was een door de Duitse bezetter ingevoerde rang om de politie nauwer te laten samenwerken met de SS en de Ordnungspolizei.
* Administratieve proces: Het document toont een bureaucratische continuïteit; de gemeente werkt samen met de politie om controle uit te oefenen op de economische activiteit (de markten) en de bevolking. Dit document stamt uit een zeer turbulente fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De datum, 16 september 1944, valt precies één dag voor het begin van Operatie Market Garden. Terwijl het zuiden van Nederland bijna bevrijd werd, hield de bezetter in Amsterdam de controle scherp in handen.
Het doorsluizen van namen van marktkraamhouders naar de politiepresident was geen neutrale administratieve handeling. Tijdens de bezetting werden dergelijke lijsten gebruikt om te controleren of aanvragers van "arische" afkomst waren, of zij politiek betrouwbaar waren (geen verzetsbanden) en of zij zich voegden naar de regels van de Nieuwe Orde. In 1944 waren Joodse marktkooplieden al langere tijd uitgesloten van het openbare leven en de markten. Dit document illustreert de verregaande controle en de verwevenheid tussen civiel bestuur en het politieapparaat onder nationaalsocialistisch toezicht.