Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 3 november 1944. Staatspolitie te Amsterdam, Bestuursdienst, Bureau Algemeene Dienstzaken. Ondertekend door W.J.F. v. d. Meer (Kapitein der Staatspolitie) namens de Waarnemend Politiepresident. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Staatspolitie te Amsterdam
Bestuursdienst
Amsterdam, 3 November 1944.
Bureau Algemeene Dienstzaken.
No. 7788/G 1944. Dict:Ga/He.
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen te
A M S T E R D A M.
Onderwerp: Inlichtingen Marktkooplieden.
Bijlagen:
V E R T R O U W E L I J K.
[Stempel:] No = 770 [770 handgeschreven]
[Handgeschreven:] 20/48/2
[Groot paars stempel:] M. 1944
In antwoord op Uw brief No.20/48/11M, dd. 17 October 1944, houdende verzoek om inlichtingen omtrent een aantal personen, die in aanmerking wenschen te komen voor een plaats op een der markten, heb ik de eer U te berichten, dat de namen van de in Uw bovenaangehaald schrijven genoemde personen over de laatste 5 jaren niet in mijn administratie voorkomen.
Voor zoover betrokkenen een standplaats op één der markten mocht worden toegewezen, voor den handel in 2e handsch artikelen e.d., waarbij tevens goederen worden "opgekocht", ware hun te doen mededeelen, dat zij het hiervoor vereischte opkoopersregister dienen aan te vragen aan het Hoofdbureau van Politie, Elandsgracht, alhier.
Coll.: [paraaf]
DE WND.POLITIEPRESIDENT,
namens dezen,
DE KAPITEIN DER STAATSPOLITIE,
[Handtekening]
W. J. F. v. d. Meer
[Kaderstempel linksonder:]
INGEKOMEN
- 6 NOV. 1944 [paraaf]
Beantw. ....................
[Onderrand:]
M 72 - 1000-5-44 K 9665 Deze brief vormt een formeel antwoord van de Amsterdamse politie op een screeningverzoek van de Directeur van het Marktwezen. Het Marktwezen wilde weten of een aantal aspirant-marktkooplieden een strafblad had of op een andere manier negatief bekendstond bij de politie.
De politie geeft aan dat de betreffende personen in de afgelopen vijf jaar niet voorkomen in hun administratie. Dit was in de bezettingstijd een essentiële stap om een vergunning te verkrijgen; 'politieke betrouwbaarheid' en een blanco strafblad waren cruciaal onder het bewind van de bezetter.
Interessant is de specifieke vermelding van de handel in tweedehands goederen. Gezien de enorme schaarste aan nieuwe goederen in eind 1944 (de Hongerwinter), was de tweedehands handel vitaal maar ook gevoelig voor heling en zwarte handel. Daarom benadrukt de politie de noodzaak van een "opkoopersregister", dat destijds (en nu nog steeds) bij het hoofdbureau aan de Elandsgracht moest worden aangevraagd ter controle op de herkomst van goederen. De datum, 3 november 1944, plaatst dit document in de diepste crisis van de bezetting in West-Nederland. Amsterdam verkeerde in de beginfase van de Hongerwinter. Terwijl de geallieerden in het zuiden van Nederland waren gestopt na de mislukking van Market Garden, was de voedselvoorziening in de grote steden nagenoeg ingestort.
De markten waren in deze periode een van de weinige plekken waar nog enige ruilhandel of verkoop van goederen plaatsvond, vaak strikt gereguleerd en gecontroleerd door zowel de gemeentelijke instanties als de bezetter. De "Staatspolitie" was een nationaalsocialistische herstructurering van de Nederlandse politie, bedoeld om de controle te centraliseren onder Duits toezicht. De ondertekenaar, kapitein W.J.F. van der Meer, opereerde hier onder de verantwoordelijkheid van de (vaak collaborerende) waarnemend politiepresident. Het document illustreert hoe de ambtelijke molen, ondanks de oorlogsomstandigheden en de dreigende hongersnood, stug bleef doordraaien met bureaucratische nauwkeurigheid.