Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). 26 juni 1944. Johannes Christiaan (Joh. Chr.) Waagenaar, Mercatorstraat 165 II, Amsterdam (West). De Weledele Heer O.F. Sixma, Directeur van het Marktwezen Amsterdam. Amsterdam 26-6-1944
Joh: Chr: Waagenaar
Mercatorstraat 165 II
Amsterdam (West)
Den Weledelen Heer
O: F: Sixma
Directeur van Marktwezen Amst:
No = 20/48/1 M. 1944 A 27/6
Mijnheer!
Met dit schrijven, verzoekt Ondergetekende U Edelen
vriendelijk of aan mijn begeerde wensch zoo spoedig
mogelijk kan worden voldaan.
Daar ik in zeer onmachtigen positie mij op heden
bevind en ik op zoo’n manier nog een stukje
brood hoop te verdienen.
Want als mij dit nog word geweigerd ik niet
meer weet wat ik doen moet om aan de
kost te komen.
Ik ben 67 jaar dus kan niet meer iets anders
doen.
Hapende op U Edelen mede werking in
deze verblijf ik Hoogachtend
Joh: Chr. Waagenaar
Aantekeningen in de kantlijn en onderaan:
* (Links): Heeft na informatie Politie en gebouweninspectie Dhr. V.H.B. naar de Noordermarkt geweest. Afg. 17/11/44.
* (Onderaan in rood): In aanvraag onderzoek 4-7-'44 In deze brief wendt de 67-jarige Johannes Christiaan Waagenaar zich in uiterste nood tot de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is nederig maar dwingend ("verzoekt Ondergetekende U Edelen vriendelijk", "onmachtigen positie"). De schrijver vraagt om de toekenning van een vergunning of standplaats (vermoedelijk op de Noordermarkt) om zo in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Hij benadrukt dat hij vanwege zijn leeftijd geen andere opties heeft om "aan de kost te komen".
De ambtelijke aantekeningen tonen het bureaucratische proces: de aanvraag werd op 4 juli 1944 in onderzoek genomen. Er is informatie ingewonnen bij de politie en de gebouweninspectie. Pas op 17 november 1944, bijna vijf maanden na de oorspronkelijke brief, werd de zaak als afgehandeld ("Afg.") beschouwd. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, enkele maanden voor het uitbreken van de Hongerwinter. In deze periode was de economische situatie in Amsterdam nijpend. Voor ouderen die geen pensioen of vaste inkomsten hadden, was de handel op de markt vaak de enige overgebleven manier om legaal aan geld of voedsel te komen.
De geadresseerde, Oene Feddes Sixma, was de directeur van het Gemeentelijk Marktwezen. Deze dienst controleerde alle marktactiviteiten in de stad, wat in oorlogstijd een cruciale rol speelde in de distributie van schaarse goederen. De vermelding van de Noordermarkt in de kantlijn suggereert dat de aanvraag specifiek betrekking had op deze historische marktplaats in de Jordaan. De trage afhandeling (juni tot november) is kenmerkend voor de stroperige bureauctratie in een ontwrichte stad onder bezetting. O.F. Sixma Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie