Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 19 januari 1944 (verzoek), afgehandeld tot 2 februari 1944. Mej. W. de Rooij, Gravenstraat 28, Amsterdam. De Weledel. Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. $N^o = 46^A/10/3$ M. 1944 $\frac{22}{1}$
736
Amsterdam 19 Jan 44.
Den Weled. Directeur van het Marktwezen
J.v. Galenstraat 14.
WelEdel Heer.
Aangezien heden is afgekondigd dat voortaan de ontvanger der mosselen persoonlijk aanwezig moet zijn om de mosselen in ontvangst te nemen en ik daartoe onmogelijk in staat ben, aangezien ik alleen in de winkel sta, verzoek ik UEd beleefd mij een machtiging te willen geven om de bon & mosselen voor mij door een ander persoon (door mij aan te wijzen) in ontvangst te nemen.
Hopende UEd aan dit verzoek zult kunnen voldoen.
Hoogachtend
W. de Rooij
Gravenstr. 28. tel. 46428.
Mej. W. de Rooij kan haar mosselen niet zelf halen.
Haar mosselen zijn tot nu toe door Mossel, marktkoopman (Volendammer) in ontvangst genomen en aan haar winkel afgeleverd.
Mossel heeft zelf geen toewijzing.
M.i. bestaat er geen bezwaar om deze regeling te handhaven.
26-1-'44
de Haas
M. de Haas bespr. 22-1-'44
afgew 2-2-44 Opbergen [?] De brief is geschreven door Mej. W. de Rooij, die een winkel dreef aan de Gravenstraat in Amsterdam. De kern van haar verzoek is een nieuwe verordening die winkeliers verplicht om persoonlijk aanwezig te zijn bij de Centrale Markthallen om hun toewijzing van mosselen op te halen. Omdat zij alleen in haar winkel staat, is dit voor haar logistiek onmogelijk.
Onder haar brief staat een ambtelijk advies van een zekere De Haas. Hij legt uit dat de mosselen voorheen altijd werden opgehaald door een marktkoopman genaamd 'Mossel' (een opvallende naam in deze context, mogelijk een bijnaam of toeval). De Haas adviseert positief: hij ziet geen bezwaar om deze bestaande regeling voort te zetten.
Ondanks het positieve advies van de ambtenaar, lijkt het verzoek onderaan in rode pen te zijn afgehandeld met de tekst "afgew 2-2-44", wat vaak staat voor 'afgewezen', gevolgd door de instructie "Opbergen". Dit duidt op de rigide bureaucratie tijdens de bezettingsjaren, waarbij regels vaak strikt werden gehandhaafd, zelfs als dit voor individuele ondernemers onwerkbare situaties opleverde. Het document dateert uit januari 1944, een periode van grote schaarste en strenge distributie in het bezette Nederland. Mosselen waren een van de weinige voedingsmiddelen die nog relatief beschikbaar waren, maar de handel stond onder strikte controle van de overheid. De Jan van Galenstraat, waar de brief naartoe is gestuurd, was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam, het hart van de stedelijke voedseldistributie. De verscherpte regels voor persoonlijke afhaal waren waarschijnlijk bedoeld om fraude met distributiebonnen en handel op de zwarte markt tegen te gaan. M. de Haas W. de Rooij Marktwezen