Klad of afschrift van een ambtelijke correspondentie betreffende vergunningen.
Origineel
Klad of afschrift van een ambtelijke correspondentie betreffende vergunningen. 6 april 1943 (Linkermarge, verticaal geschreven:)
te voegen bij papieren.
(Hoofdtekst:)
visscherij [?] A’dam, 6/4 1943
W.L.M. Spoer [onderstreept in rood]
46 8/16/17 [in rood]
Hiermede hebben de onder-
geteekenden de eer U te berichten,
dat de heer R. J. van Rijsbergen,
bewindvoerder van 7 Joodsche klein-
handelzaken – heeft ver-
zocht de toewijzingen van deze zaken
over te schrijven op twee winkels
t. w. op Dirkker & Co, Amstelveld 7
en J. Savelberg, Utrechtschestraat
73.
Wij mogen U hierbij herinne-
ren aan [doorstreept: ons standpunt, vastgelegd]
in onzen brief van 25 Sept. 1942 no.
46 A/620/2 M. [doorstreept: t.a.v. waarna] waarin een soortgelijk ver-
zoek van den heer Van Rijsbergen [doorstreept: werd behandeld.]
behandeld. Door den Bm. is in
zijn brief dd. 5 Oct. 1942 No. 817
L. M. 1942 aan de N.V.C. het standp.
[ingevoegd: door ondergeteekenden] is over-
genomen. Afschrift van deze
correspondentie doen wij U hierbij
toekomen.
Wij [doorstreept: maken] moeten U mededeelen, dat ons stand-
punt, na vernieuwde, ernstige overweging
niet gewijzigd [doorstreept: is.] Wij [doorstreept: meenen] moeten hierbij opmerken dat
[doorstreept: een verzoek van] een kleinhandelaar,
[doorstreept: om de toewijzing van] die een
zaak van een collega zou over-
nemen, deze zaak zou sluiten De brief betreft een bestuurlijke afwijzing van een verzoek om vergunningen ("toewijzingen") over te dragen. De aanvrager is R.J. van Rijsbergen, die optreedt als bewindvoerder van zeven Joodse kleinhandelszaken. Hij wilde deze toewijzingen overhevelen naar twee specifieke adressen in Amsterdam: Amstelveld 7 en Utrechtstestraat 73. De autoriteiten (mogelijk een afdeling van de gemeente of een distributiedienst) houden vast aan een eerder besluit uit september 1942, gesteund door de Burgemeester (Bm.) en de N.V.C. (Nederlandsch Verbond van Coöperaties). De kern van de afwijzing lijkt te zijn dat bij overname van een zaak door een collega, de betreffende vestiging gesloten dient te worden in plaats van dat de rechten behouden blijven. Dit document is geschreven in april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De term "bewindvoerder" in combinatie met "Joodsche kleinhandelzaken" duidt direct op het proces van de 'arisering': de onteigening van Joodse bezittingen en bedrijven. Joodse winkeliers werden uit hun zaken gezet, waarna een door de bezetter goedgekeurde bewindvoerder (vaak gelieerd aan de Omnia-Treuhandgesellschaft) het beheer overnam met als doel liquidatie of verkoop aan niet-Joden. De bureaucratische toon van de brief maskeert de tragische werkelijkheid dat de oorspronkelijke Joodse eigenaren op dit moment in de oorlog waarschijnlijk al gedeporteerd waren. De genoemde winkels (Dirkker & Co en Savelberg) waren vermoedelijk de 'Arische' partijen die de marktposities wilden overnemen. J. Savelberg J. van Rijsbergen R.J. van Rijsbergen W.L.M. Spoer Omnia