Dienstbrief (doorslag/kopie van een uitgaande brief).
Origineel
Dienstbrief (doorslag/kopie van een uitgaande brief). 26 augustus 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Handgeschreven: M. Müller]
HG.
37/97/10 M.
n 2
[Handgeschreven: verzonden 26/8]
26 Augustus 1939.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van A.Kramer, betreffende huur van pakhuisafdeeling no. B 12 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 no.97 L.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, * Onderwerp: De administratieve afhandeling van een huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt.
* Betrokkenen: Een zekere A. Kramer (huurder), de Directeur van de betreffende dienst (afzender), de Wethouder voor Levensmiddelen (ontvanger) en de Burgemeester (ondertekenaar).
* Kern van de inhoud: Er wordt een huurcontract in tweevoud (duplo) meegestuurd voor pakhuis B 12. Dit gebeurt op basis van een eerder besluit van B&W uit april 1939. De directeur vraagt de wethouder om de handtekening van de burgemeester te bemachtigen, zodat het contract officieel geregistreerd kan worden.
* Stijl en taal: Het betreft formeel ambtelijk taalgebruik uit de vooroorlogse periode ("heb ik de eer U... te doen geworden", "dezerzijds"). De spelling is conform de toen geldende regels (bijv. "pakhuisafdeeling", "onderteekening"). Dit document stamt uit de laatste dagen van augustus 1939, een uiterst gespannen periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (Duitsland viel Polen binnen op 1 september 1939). In deze periode was de voedselvoorziening en de logistiek daarvan een topprioriteit voor de gemeente Amsterdam. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden het logistieke hart voor de distributie van levensmiddelen in de stad. De wethouder voor Levensmiddelen speelde hierin een sleutelrol. Het feit dat er pakhuizen werden verhuurd voor "opslag van goederen" past binnen de reguliere economische dynamiek van de markt, maar krijgt extra gewicht door de naderende oorlogsdreiging en de noodzaak om voorraden te beheren.