Officiële brief (doorslag of origineel op briefpapier).
Origineel
Officiële brief (doorslag of origineel op briefpapier). 15 september 1939 (met handgeschreven aantekening: "verzonden 16/9"). Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (Jan van Galenstraat 14). Den Heer B. van Dijk, Centrale Markt C 13, Amsterdam-West. [Handgeschreven in potlood bovenaan:] verzonden 16/9
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/97/11 M. 1939. AMSTERDAM-West, 15 September 1939.
Jan van Galenstraat 14.
AAN **den Heer B.van Dijk,**
**Centrale Markt C 13,**
**Amsterdam-West.**
In bylage dezes heb ik de eer U het geregistreerde
huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op
de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit,
dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlyk
Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz.,
voor Uw rekening zyn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering,
dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of
aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of
op het gehuurde aan te brengen, zonder myn schriftelyke toestem-
ming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aan-
brengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan,
vooraf met my te verstaan.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling van de Amsterdamse gemeentelijke instantie die de markten beheert aan een individuele ondernemer (de heer B. van Dijk) die een pakhuisruimte huurt op de Centrale Markt.
De kernpunten zijn:
1. Contractbevestiging: De huurder ontvangt zijn exemplaar van het officiële huurcontract.
2. Onderhoudsplicht: De directeur wijst de huurder nadrukkelijk op zijn wettelijke plicht (Art. 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek) om kleine herstellingen zelf te bekostigen. Dit duidt op een wens om latere discussies over facturen te voorkomen.
3. Welstandstoezicht: De directie houdt strikte controle op het uiterlijk van de marktgebouwen door het plaatsen van reclameborden aan toestemming te binden.
Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer", "verzoek U beleefd"), wat kenmerkend is voor de vooroorlogse ambtelijke correspondentie. De spelling wijkt af van de moderne norm (zoals de 'y' in plaats van 'ij' in "bylage" en "schriftelyke"). De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat werden in 1934 in gebruik genomen als opvolger van de markten in de binnenstad. De "Directie van het Marktwezen" was een machtig orgaan dat toezag op de orde en hygiëne van de voedselvoorziening in Amsterdam.
De datum van de brief, 15 september 1939, is historisch relevant. Hoewel de brief een alledaags administratief karakter heeft, werd deze geschreven slechts twee weken na de Duitse inval in Polen en de Nederlandse algemene mobilisatie. Terwijl Europa in oorlog raakte, ging de bureaucratische afhandeling van huurcontracten op de Amsterdamse groothandelsmarkt gewoon door. De Centrale Markt zou gedurende de bezettingsjaren een cruciale, maar ook zwaar gecontroleerde rol blijven spelen in de distributie van schaarse levensmiddelen.