Zakelijke brief (geleidebrief bij huurcontract).
Origineel
Zakelijke brief (geleidebrief bij huurcontract). 29 december 1939. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer G. Kramer (huurder van een pakhuisafdeling). [Handgeschreven in potlood/pen aan bovenzijde:]
Verzonden 29/12-'39
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/97/29 M.
Amsterdam-West, 29 December 1939
Jan van Galenstraat 14.
Aan
den Heer G. Kramer,
Pakhuisafdeeling no. C 12,
Alhier (W).
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief dient als formele begeleiding bij de toezending van een geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen maakt van de gelegenheid gebruik om de huurder, de heer Kramer, expliciet te wijzen op twee belangrijke contractuele en wettelijke verplichtingen:
1. Onderhoudsplicht: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (art. 1619) zijn kleine reparaties aan zaken zoals rolluiken en sloten voor rekening van de huurder.
2. Beperking op reclame: Het is de huurder verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming borden of reclame-uitingen aan het pand te bevestigen.
De toon is uiterst formeel en zakelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse ambtelijke correspondentie. De brief is gedateerd op 29 december 1939, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, Jan van Galenstraat 14, verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), die in 1934 werden geopend als centraal punt voor de handel in levensmiddelen.
Het genoemde Artikel 1619 van het oud Burgerlijk Wetboek handelde over de zogenaamde "geringe herstellingen" (huurdersonderhoud). De strikte handhaving van regels omtrent het uiterlijk van de pakhuisafdelingen (zoals de reclameverboden) wijst op een strak gereguleerd beheer door de gemeente Amsterdam over het marktterrein. De toevoeging "(W)" achter "Alhier" duidt op het stadsdeel Amsterdam-West. G. Kramer M. Gemeente Amsterdam Marktwezen