Proces-verbaal / Rapport van de Marktopzichter.
Origineel
Proces-verbaal / Rapport van de Marktopzichter. 27 mei 1939. No 37/119, M. 1939
R A P P O R T.
Zaterdag 27 Mei 1939 te ongeveer 8.30 uur v.m. wendde de kooper J.G. Groot, oud 41 jaar, wonende Bestevaerstraat 51 huis zich tot het personeel van de Nederl. Veiling om een door hem gekocht bakje snyboonen (kaveling 502) in ontvangst te nemen. Hij werd geholpen door den veilingknecht K. Visser, die tot zijn verwondering tot de ontdekking kwam dat het betreffende bakje verdwenen was. Visser ging zoeken en constateerde dat het bakje zich bevond op de door een paard getrokken wagen van den kooper M. de Bruyn, van Beuningenstraat 8 III te Amsterdam (W). Het bakje was neergezet in een der drie aardappelbakken, welke zich achter de wagen bevinden en stond er reeds op toen al het door de Bruyn op de veiling gekochte goed nog op de wagen moest worden geladen. Te ongeveer 9 uur was alles opgeladen en kwamen de Bruyn en zijn beide zoons, den kooper M. de Bruyn en het kooperspersoneel K. de Bruyn, oud 19 jaar, wonende van Beuningenstraat 8 III naar ondergetekende toe om hun verwondering er over uit te spreken dat er een bakje snyboonen dat zij niet gekocht hadden, op de wagen stond. Deze verwondering moet in verband gebracht worden met het feit dat men voelde dat er op hun handelingen werd gelet. Na verschillende verwarrende verklaringen deelde de zoon K. de Bruyn tenslotte het volgende mede: "Ik heb hedenmorgen te ongeveer 8.30 uur v.m. in het veilinggebouw een kistje snyboonen, voorzien van het nummer 502 op een lorrie gelegen. Dit deed ik tijdens het opladen van het andere, door mijn vader gekochte goed. De lorrie met goed, waaronder dus het bakje snyboonen heb ik vervolgens buiten het veilinggebouw gebracht. Daar heb ik al het goed neergezet. Of ik het betreffende bakje snyboonen in de aardappelbak heb geplaatst of bij het andere goed op den grond heb neergezet, weet ik niet. xxxxx. Het is echter niet uitgesloten dat ik het bakje in de aardappelbak plaatste. Ik handelde in de veronderstelling dat het betreffende bakje ook door mijn vader was gekocht." Dat Bruyn niet geweten zou hebben dat het betreffende bakje niet aan zijn vader toebehoorde is niet aannemelijk en in tegenspraak met andere door hem verstrekte bijzonderheden. O.a. heeft hij verklaard dat zijn vader geen dure snyboonen kan verkoopen in de wijk waar hij bezorgt. Verder stond het bakje snyboonen tusschen een rij kisten, waar geen goed van de Bruyn bij stond en waar volgens mededeeling van den veilingknecht Visser een briefje op lag met de naam van den kooper Groot. Tenslotte geeft de Nederl. Veiling bonnen af waarop het veilingpersoneel in het veilinggebouw de gekochte goederen verstrekt. Onder de bonnen van M. de Bruyn bevond zich vanzelfsprekend dan ook geen bon voor snyboonen, zodat de zoon K. de Bruyn dan ook niet kon veronderstellen dat het besproken bakje snyboonen door zijn vader was gekocht. Groot doet aangifte en verzoekt vervolging.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam, 27 Mei 1939
(w.g.) [Handtekening]
Marktopzichter.
[Grote handtekening aan de linkerzijde]
Handgeschreven tekst onderaan:
Na bespreking met de Directie
niets aan doen. 30/5 39
[Paraaf] opbergen Het document betreft een verslag van een vermoedelijke diefstal op de Nederlandse Veiling in Amsterdam op 27 mei 1939. De kern van het incident draait om een bakje snijbonen (kavel 502) dat door J.G. Groot was gekocht, maar werd teruggevonden op de wagen van M. de Bruyn.
De marktopzichter trekt de verklaring van de zoon van De Bruyn (K. de Bruyn, 19 jaar) sterk in twijfel. De zoon claimde dat het een vergissing was, maar de opzichter voert drie argumenten aan tegen deze lezing:
1. Er lag een briefje met de naam 'Groot' op het bakje.
2. De Bruyn had geen veilingbon voor snijbonen in zijn bezit.
3. De zoon verklaarde zelf dat zijn vader dergelijke "dure" bonen niet kon verkopen in hun wijk, wat impliceert dat hij wist dat ze niet voor hen bestemd waren.
De benadeelde, Groot, verzocht om vervolging. Dit rapport geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken en de sociale controle op de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog (mei 1939). De verwijzing naar "Bestevaerstraat" en "Van Beuningenstraat" plaatst de betrokkenen in Amsterdam-West. De snelle afhandeling onderaan het document ("niets aan doen") suggereert dat de directie van het Marktwezen dergelijke kleine incidenten liever intern afdeed of seponeerde, mogelijk vanwege de geringe waarde van de goederen of om administratieve rompslomp te voorkomen, ondanks de expliciete aangifte door de gedupeerde. J.G. Groot K. Visser K. de Bruyn M. de Bruyn T. Marktwezen