Ambtelijk advies (doorslag of minuut van een verzonden brief).
Origineel
Ambtelijk advies (doorslag of minuut van een verzonden brief). 4 juli (waarschijnlijk 1919, gezien de context van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' en de typografie). De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Centraal Keuken of een aanverwante dienst voor levensmiddelenvoorziening). 1 4 Juli 9
37/127/4 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
heerd zyn gelaten.
Thans vraagt hy, dat de Gemeente de schade zal
vergoeden, die hy beweert te hebben geleden door het brandje,
waarover ik U op 7 Juni jl. rapporteerde. Hy laat echter na,
aan te toonen of zelfs maar aannemelyk te maken, dat de
schade aan nalatigheid der Gemeente zou zyn te wyten. Hier-
van is dan ook in het geheel geen sprake, weshalve inwilli-
ging van dit verzoek, naar myn meening, niet in overweging
kan worden genomen.
Ik heb de eer U te adviseeren aan Knoop te doen
berichten, dat de door hem ingediende klachten by onderzoek
ongegrond zyn gebleken en dat zyn verzoek om schadevergoe-
ding niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur,
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: * **Taalgebruik:** Het document is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands uit het begin van de 20e eeuw. Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (zyn, hy, aannemelyk, wyten, myn), wat in die periode vaak voorkwam in getypte administratieve stukken.
- Inhoud: De kern van het document is een juridisch-administratieve afwijzing. Een burger (Knoop) heeft een schadevergoeding geëist voor een brand die op 7 juni heeft plaatsgevonden. De directeur stelt vast dat er geen enkel bewijs is dat de gemeente nalatig is geweest. Op basis hiervan wordt de wethouder geadviseerd de claim formeel af te wijzen.
- Structuur: De tekst begint met een restant van een zin van de vorige pagina ("heerd zyn gelaten."), gevolgd door de argumentatie en het uiteindelijke advies (het dictum).
- Authenticiteit: Onderaan staat een gestempelde of getypte verklaring van de secretaris dat de tekst overeenkomt met de door de directeur geparafeerde minuut (het concept). Dit wijst erop dat dit een officieel archiefstuk is. Dit document stamt uit de periode rond het einde van de Eerste Wereldoorlog. Amsterdam had in die tijd een specifieke 'Wethouder voor de Levensmiddelen' (zoals de bekende wethouder Floor Wibaut) vanwege de voedselschaarste en de noodzaak voor de gemeente om de distributie van basisbehoeften te reguleren via bijvoorbeeld gaarkeukens of de Centrale Keuken.
Het genoemde "brandje" en de claim van de heer Knoop moeten waarschijnlijk in die sfeer worden gezocht; mogelijk was de heer Knoop een leverancier of een gebruiker van een gemeentelijk pand of dienst waarbij schade is ontstaan. De afwijzende houding van de directeur is typerend voor de strikte bewijslast die de overheid destijds (en ook nu nog) hanteerde bij aansprakelijkstellingen.