Zakelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Zakelijke brief (doorslag of kopie). 28 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). 37/138/2 M
extra VP/G.
28 Juni 1939.
den Heer Th. Boers Lz.
te -
's - G r a v e n z a n d e.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 dezer bericht
ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging
in aanmerking kan komen. Krachtens de Verordening op de hef-
fing van markt-, standplaats- en ventgelden moet marktgeld
worden betaald per reis, die door een onafgebroken verblyf
aan de Centrale Markt van ten hoogste één week, mag worden
gevolgd. Is het verblyf onderbroken, dan is andermaal markt-
geld verschuldigd.
De Directeur, Dit document is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer Th. Boers Lz. uit 's-Gravenzande was ingediend. Uit de tekst valt op te maken dat de heer Boers waarschijnlijk had gevraagd om een vrijstelling of een aangepaste regeling met betrekking tot het betalen van marktgeld.
De directeur beroept zich op de geldende regelgeving: de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De kern van de afwijzing ligt in de strikte interpretatie van wat een "reis" naar de markt inhoudt. Volgens de verordening dekt één betaling van marktgeld een onafgebroken verblijf van maximaal één week. Zodra het verblijf wordt onderbroken (bijvoorbeeld door tussentijds naar huis te gaan), wordt dit gezien als het einde van de reis en moet er bij een volgend bezoek opnieuw worden betaald.
De toon is kort en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor overheidscommunicatie uit die tijd. De onderstrepingen van "niet" en "onafgebroken" onderstrepen de onwrikbaarheid van de regel. Het document dateert van juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de tuinbouwsector in het Westland (waar 's-Gravenzande ligt) sterk afhankelijk van grote centrale markten voor de afzet van hun producten. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is zeer waarschijnlijk de Centrale Markthal in Amsterdam of een vergelijkbare instelling in Den Haag of Rotterdam.
De geadresseerde, Th. Boers Lz. (waarbij Lz. staat voor Leendertszoon), was vermoedelijk een tuinder of handelaar. Het geschil toont aan hoe kleine ondernemers in die tijd te maken hadden met strikte gemeentelijke of provinciale belastingverordeningen. Het gebruik van de 'y' in "verblyf" in plaats van 'ij' was in die tijd nog gebruikelijk in getypte documenten. De handgeschreven notitie "extra" zou kunnen duiden op een extra kopie voor de administratie of een specifieke verzendstatus.