Archief 745
Inventaris 745-288
Pagina 297
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven conceptverslag of beleidsnota.

Origineel

Handgeschreven conceptverslag of beleidsnota. [Linksboven:] 1.

[Rechtsboven:] (naar de markt)

Het transport van goederen door tuinders ten behoeve van collega’s wier auto’s gerequireerd zijn zal bestaan in naar schatting

[Margenoot links:] 1 voorloopige

ca 1300 gevallen per jaar (en wel gedurende winterhalfjaar 1 Nov - 30 April) in het door de "tuinder-expediteur" meenemen bij "eigen lading" van de goederen van den "gerequireerde tuinder".

ca 2300 gevallen per jaar (en wel gedurende zomerhalfjaar 1 Mei - 31 Oct) in het afzonderlijk transport van de goederen van den "gerequireerde".

[Margenoot links:] In het zomerhalfjaar zijn de aanvoeren zoo groot dat als regel van meenemen geen sprake kan zijn

In beide gevallen omvat het transport het halen der goederen van het bedrijf van den gerequireerde & het brengen op de markt zoomede tevens het transport van de terugontvangen ledige emballage naar het bedrijf van den gerequireerde.

Zuivere
[Margenoot links:] / bewerin- [doorgehaald] over slinkage etc.

Wat de autokosten betreft meent de commissie der Gecombineerde Tuinbouw- [doorgehaald: organisaties] dat deze onderling tusschen den "gerequireerde" en de expediteur verrekend moeten worden; en wel in deze kosten worden in de eerst bedoelde gevallen gesteld op nihil (het meerdere verbruik aan benzine door den expediteur die toch voor zichzelf moet rijden wordt niet zoodanig geacht dat vergoeding noodig is) - in het tweede geval worden die kosten gesteld op f 1.00 per marktdag.

Door de getroffen maatregelen ontstaat tijdverlies voor den "expediteur" welke niet gecompenseerd wordt door [doorgehaald: tijdverlies] bijverdienste voor den gerequireerde. [Onderaan:] tijdwinst Het document beschrijft een noodregeling voor tuinders waarvan de vrachtwagens in beslag zijn genomen (gerequireerd). Om de aanvoer naar de veiling of markt te waarborgen, moeten collega-tuinders die nog wel over een voertuig beschikken (hier "tuinder-expediteur" genoemd), de goederen van hun gedupeerde collega's meenemen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee periodes:
1. Winterhalfjaar: Er is minder aanbod, dus de goederen kunnen als bijlading worden meegenomen. De kosten hiervoor worden op "nihil" gesteld omdat de extra benzinekosten verwaarloosbaar worden geacht.
2. Zomerhalfjaar: De oogst is te groot om bij te laden. Er moet apart gereden worden. Hiervoor wordt een vergoeding van 1 gulden per marktdag voorgesteld.

De tekst behandelt ook de logistiek van de "emballage" (lege kratten/kisten) die weer terug naar de tuinder moeten. De schrijver merkt op het einde op dat de "expediteur" tijd verliest door deze extra ritten, terwijl de gerequireerde tuinder juist tijd wint (omdat hij niet zelf naar de markt hoeft), maar dat deze tijdsfactor niet direct financieel gecompenseerd wordt. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden op grote schaal vrachtwagens, paarden en andere transportmiddelen gevorderd (gerequireerd) voor de Duitse oorlogsvoering. Dit zorgde voor enorme logistieke problemen in de land- en tuinbouw. De "Gecombineerde Tuinbouw" (waarschijnlijk verwijzend naar de samenwerkende veilingen of standsorganisaties) probeerde via dit soort regelingen de voedselvoorziening op gang te houden en de lasten eerlijk te verdelen over de tuinders. De genoemde bedragen (f 1.00) en brandstofdiscussies (benzineverbruik) zijn typerend voor de schaarste-economie van die tijd.

Samenvatting

Het document beschrijft een noodregeling voor tuinders waarvan de vrachtwagens in beslag zijn genomen (gerequireerd). Om de aanvoer naar de veiling of markt te waarborgen, moeten collega-tuinders die nog wel over een voertuig beschikken (hier "tuinder-expediteur" genoemd), de goederen van hun gedupeerde collega's meenemen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee periodes:
1. Winterhalfjaar: Er is minder aanbod, dus de goederen kunnen als bijlading worden meegenomen. De kosten hiervoor worden op "nihil" gesteld omdat de extra benzinekosten verwaarloosbaar worden geacht.
2. Zomerhalfjaar: De oogst is te groot om bij te laden. Er moet apart gereden worden. Hiervoor wordt een vergoeding van 1 gulden per marktdag voorgesteld.

De tekst behandelt ook de logistiek van de "emballage" (lege kratten/kisten) die weer terug naar de tuinder moeten. De schrijver merkt op het einde op dat de "expediteur" tijd verliest door deze extra ritten, terwijl de gerequireerde tuinder juist tijd wint (omdat hij niet zelf naar de markt hoeft), maar dat deze tijdsfactor niet direct financieel gecompenseerd wordt.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden op grote schaal vrachtwagens, paarden en andere transportmiddelen gevorderd (gerequireerd) voor de Duitse oorlogsvoering. Dit zorgde voor enorme logistieke problemen in de land- en tuinbouw. De "Gecombineerde Tuinbouw" (waarschijnlijk verwijzend naar de samenwerkende veilingen of standsorganisaties) probeerde via dit soort regelingen de voedselvoorziening op gang te houden en de lasten eerlijk te verdelen over de tuinders. De genoemde bedragen (f 1.00) en brandstofdiscussies (benzineverbruik) zijn typerend voor de schaarste-economie van die tijd.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Volant " "
A. Troost Azn. Open laadbak
A.v.d.Herfden Open wagen
A. v. d. Herpten Open wagen
J. Vermeyden Buiten Amsterdam
A.v.d.Mey Buiten Amsterdam
A.B. Pouw buiten A'dam
A.B. Pouw Buiten Amsterdam
L. de Rooij Buiten Amsterdam
A. Troost Azn. Open wagen
A. Troost Azn. Open wagen
B Fa. Thiet " "
C. Bras Buiten Amsterdam
C. Bras Buiten Amsterdam
C. de Mooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Open wagen
C. Rustenburg buiten A'dam
C. Rustenburg Buiten Amsterdam
Alle 100 kooplieden →