Archief 745
Inventaris 745-288
Pagina 409
Dossier 15
Jaar 1939
Stadsarchief

Typoscript (doorslag of origineel op machinepapier).

Origineel

Typoscript (doorslag of origineel op machinepapier). zal zijn geborgen in een stevige kist met een onder ten minste 30° hellend dek-
sel en met het opschrift: "ZAND VOOR BRANDBLUSSCHING".

  1. De pomp zal zoodanig zijn ingericht, dat zonder een opzettelijke handeling
    van den met de bediening belasten persoon geen grootere hoeveelheid vloeistof
    dan 25 L. uit de pomp kan stroomen.

  2. De pomp zal zoodanig zijn ingericht of opgesteld, dat zij niet door onbevoeg-
    den in werking kan worden gebracht.

  3. De pomp zal zoodanig zijn ingericht, dat het uitstroomen van vloeistof op elk
    oogenblik onmiddellijk kan worden onderbroken.

  4. Aan de uitvloeileiding zal geen staal of ijzer voorkomen, dat in aanraking zou
    kunnen komen met het ontvangende reservoir.

  5. Indien dampen uit den voorraadketel in de pompkast kunnen komen, zal deze kast
    onder en boven van doelmatige ventilatie-openingen zijn voorzien.

  6. De electrische toevoerleidingen naar de pompkast zullen op veiligen afstand
    daarvan door een gemakkelijk bereikbaren hefboom-schakelaar in alle polen uit-
    geschakeld kunnen worden. Op of bij den schakelaar zullen de schakelstanden
    duidelijk zijn aangegeven. Bij den schakelaar zal duidelijk zijn aangegeven,
    dat hij dienst voor de pompverlichting.

  7. De electrische leidingen in of aan de pompkast zullen bestaan uit rubberader-
    leidingen in geschroefde stalen buizen of uit omvlochten of gepantserden loodka-
    bel. De aansluitingen dezer leidingen zullen gasdicht zijn uitgevoerd. Bij ge-
    bruik van buizen zal in het onderste gedeelte van het buizenstelsel een ont-
    wateringsopening zijn aangebracht.

  8. Schakelaars in of aan de pompkast zullen zijn ingebouwd in gasdicht gesloten
    metalen huizen. Worden deze schakelaars op buisleidingen aangesloten, dan zul-
    len de verbindingen geschroefd en de einden der buizen binnen de huizen van de
    schakelaars dichtgekit zijn.

  9. Lampen, welke zich in de pompkast bevinden, zullen met haar houders zijn aan-
    gebracht binnen gasdichte beschuttingsglazen, tenzij de lamphouders zoodanig
    zijn ingericht, dat de lampen niet kunnen lostrillen.

  10. Indien stopcontacten zijn aangebracht, zullen zij zoodanig zijn vergrendeld,
    dat de contactstop in spanningloozen toestand slechts ingestoken en uitgetrok-
    ken kan worden. De schakelaars, waarmede dit wordt verkregen, zullen voldoen
    aan het onder 18 bepaalde. Dit document bevat een reeks zeer specifieke technische eisen die bedoeld zijn om het risico op brand en explosies bij het verpompen van brandbare vloeistoffen (zoals benzine) te minimaliseren. De voorschriften kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën:

  11. Operationele veiligheid (11-13): Voorschriften om onbedoeld morsen te voorkomen (maximaal 25 liter per handeling), beveiliging tegen onbevoegden en een noodstop-functionaliteit.

  12. Mechanische/Fysische veiligheid (10, 14, 15): De verplichting van een zandbak voor brandblussing, het voorkomen van vonkvorming door wrijving (geen staal/ijzer bij het vulpunt) en het voorkomen van ophoping van explosieve dampen door ventilatie.
  13. Elektrische veiligheid (16-20): Een groot deel van de tekst is gewijd aan de elektrische installatie. Vanwege het explosiegevaar moeten alle elektrische onderdelen (leidingen, schakelaars, lampen) gasdicht zijn uitgevoerd. Er is een strikte scheiding tussen de bediening (de hefboomschakelaar op afstand) en de eigenlijke pompinstallatie.

De toon is directief ("zal", "zullen"), wat wijst op een wettelijk kader of een vergunningstelsel. Dit document past in de vroege geschiedenis van de automobiliteit in Nederland (ca. 1920-1940). Met de opkomst van de auto ontstond de noodzaak voor tankstations, vaak gevestigd in de openbare ruimte of nabij bebouwing. Vanwege het enorme brandgevaar werden deze installaties gereguleerd via de Hinderwet.

Gemeenten gaven vergunningen af waarbij dit soort lijsten met technische eisen als voorwaarde werden bijgevoegd. Veel van de principes in dit document, zoals de eis voor gasdichte (explosieveilige) elektrische componenten en ventilatie, vormen nog steeds de basis voor moderne veiligheidsnormen in de petrochemische industrie. De vermelding van "zand voor brandblussing" is typerend voor die tijd, aangezien chemische blussers nog niet wijdverspreid of betrouwbaar genoeg waren voor dergelijke locaties.

Samenvatting

Dit document bevat een reeks zeer specifieke technische eisen die bedoeld zijn om het risico op brand en explosies bij het verpompen van brandbare vloeistoffen (zoals benzine) te minimaliseren. De voorschriften kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën:

  1. Operationele veiligheid (11-13): Voorschriften om onbedoeld morsen te voorkomen (maximaal 25 liter per handeling), beveiliging tegen onbevoegden en een noodstop-functionaliteit.
  2. Mechanische/Fysische veiligheid (10, 14, 15): De verplichting van een zandbak voor brandblussing, het voorkomen van vonkvorming door wrijving (geen staal/ijzer bij het vulpunt) en het voorkomen van ophoping van explosieve dampen door ventilatie.
  3. Elektrische veiligheid (16-20): Een groot deel van de tekst is gewijd aan de elektrische installatie. Vanwege het explosiegevaar moeten alle elektrische onderdelen (leidingen, schakelaars, lampen) gasdicht zijn uitgevoerd. Er is een strikte scheiding tussen de bediening (de hefboomschakelaar op afstand) en de eigenlijke pompinstallatie.

De toon is directief ("zal", "zullen"), wat wijst op een wettelijk kader of een vergunningstelsel.

Historische Context

Dit document past in de vroege geschiedenis van de automobiliteit in Nederland (ca. 1920-1940). Met de opkomst van de auto ontstond de noodzaak voor tankstations, vaak gevestigd in de openbare ruimte of nabij bebouwing. Vanwege het enorme brandgevaar werden deze installaties gereguleerd via de Hinderwet.

Gemeenten gaven vergunningen af waarbij dit soort lijsten met technische eisen als voorwaarde werden bijgevoegd. Veel van de principes in dit document, zoals de eis voor gasdichte (explosieveilige) elektrische componenten en ventilatie, vormen nog steeds de basis voor moderne veiligheidsnormen in de petrochemische industrie. De vermelding van "zand voor brandblussing" is typerend voor die tijd, aangezien chemische blussers nog niet wijdverspreid of betrouwbaar genoeg waren voor dergelijke locaties.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Volant " "
A. Troost Azn. Open laadbak
A.v.d.Herfden Open wagen
A. v. d. Herpten Open wagen
J. Vermeyden Buiten Amsterdam
A.v.d.Mey Buiten Amsterdam
A.B. Pouw buiten A'dam
A.B. Pouw Buiten Amsterdam
L. de Rooij Buiten Amsterdam
A. Troost Azn. Open wagen
A. Troost Azn. Open wagen
B Fa. Thiet " "
C. Bras Buiten Amsterdam
C. Bras Buiten Amsterdam
C. de Mooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Buiten Amsterdam
C. Kooy Open wagen
C. Rustenburg buiten A'dam
C. Rustenburg Buiten Amsterdam
Alle 100 kooplieden →