Getypte ambtelijke brief (geleidebrief).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (geleidebrief). 22 december 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven, handgeschreven:]
lex. Mr. Broese.
lex. Mr. Müller
[Midden boven:]
HG.
[Links:]
37/224/6 M.
n 2
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 23/12 -'39.
[Rechts:]
22 December 1939.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
2 contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen nos.
0 1 en 2 van pier 0 op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat deze contracten door den heer Burgemeester worden
geteekend. Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden, ten-
einde voor registratie te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven uit het einde van 1939. De directeur van een niet nader genoemde dienst (gezien de context waarschijnlijk de Centrale Markt of de Dienst der Markten) stuurt twee contracten in tweevoud naar de Wethouder voor de Levensmiddelen.
De kern van de brief is het verzoek om deze contracten, die betrekking hebben op pakhuisafdelingen (nos. 0, 1 en 2) bij pier 0 op de Centrale Markt, te laten ondertekenen door de burgemeester. De hiërarchische weg wordt hier gevolgd: van de directie via de wethouder naar de burgemeester voor de definitieve bekrachtiging. Na ondertekening moeten de stukken terug naar de afzender voor officiële registratie.
De taal is typisch ambtelijk en hoffelijk voor die tijd ("heb ik de eer U te doen geworden", "beleefd verzoeken"), geschreven in de oude spelling (bijv. "pakhuisafdeelingen", "geteekend"). De handgeschreven aantekening bovenaan verwijst mogelijk naar juridisch medewerkers of referenten die het dossier hebben behandeld. Het document dateert van december 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, was de mobilisatie in volle gang en was de voedselvoorziening een cruciaal politiek thema. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (op dat moment in Amsterdam waarschijnlijk de SDAP'er Florentinus Marinus Wibaut of diens opvolger in die portefeuille) hield zich intensief bezig met de opslag en distributie van goederen.
De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in 1934 waren geopend. Dit was het logistieke hart van de voedseldistributie in de hoofdstad. De pakhuisafdelingen op de pieren waren essentieel voor de opslag van bulkgoederen die per schip werden aangevoerd. Het feit dat dit kort voor de inval in mei 1940 gebeurt, illustreert de voortgang van de reguliere ambtelijke molen, zelfs in tijden van internationale spanning.