Getypte ambtelijke brief/advies.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/advies. 21 februari [1919?]. Het document vermeldt "21 Februari" met een losse "9" aan de rechterzijde, wat waarschijnlijk duidt op het jaar 1919. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 1 21 Februari 9
46A/7/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Het feit, dat de vertegenwoordiger der firma Hoo-
gendyk en Vriens wachtgelder van de Gemeente is, doet bij de
beoordeeling van de vraag, wie voor haringleverantie in aan-
merking moet komen uiteraard in het geheel niet terzake.
Ik heb de eer U te adviseeren den heer Mr. Jansma
van het vorenstaande mededeeling te doen. Het eenige motief,
waarom de heer Polderman niet in aanmerking kwam, is, dat
zyn offerte niet concurreerend kan worden geacht.
De Directeur, * Onderwerp: De gunning van een contract voor de levering van haring aan de gemeente Amsterdam.
* Kernboodschap: De directeur adviseert de wethouder dat de persoonlijke status van een vertegenwoordiger (als 'wachtgelder' ofwel uitkeringsgerechtigde van de gemeente) geen rol mag spelen bij de zakelijke beoordeling van een offerte.
* Besluitvorming: Een andere gegadigde, de heer Polderman, is afgewezen puur op economische gronden (zijn offerte was niet concurrerend), niet vanwege andere nevenaspecten.
* Taalgebruik: Formeel-ambtelijk met destijds gebruikelijke spelling ("zyn", "adviseeren", "mededeeling"). Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam een actieve rol speelde in de voedselvoorziening, waarschijnlijk tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog (gezien de functie "Wethouder voor de Levensmiddelen", die cruciaal was tijdens de schaarste).
De brief raakt aan een ethische kwestie binnen het openbaar bestuur: mag een bedrijf een opdracht krijgen als de vertegenwoordiger ervan tegelijkertijd een wachtgeldregeling (een vroege vorm van werkloosheidsuitkering voor ambtenaren) van diezelfde gemeente geniet? De directeur stelt hier een duidelijke grens en kiest voor een puur zakelijke, economische afweging bij de inkoop van basisvoedsel zoals haring. De genoemde "Mr. Jansma" was waarschijnlijk een betrokken ambtenaar of jurist bij de betreffende dienst.