Getypte ambtelijke brief / memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief / memorandum. 11 februari 1939 (gebaseerd op de datumregel en de vermelding van het jaar onderaan). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt). 1 11 Februari 9
46A/10/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
De kosten van aanschaffing van de bedoelde twee
lorries op cushionbanden worden op totaal f 380,- geraamd.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorder-
ren, dat ik by Besluit van Burgemeester en Wethouders tot
deze aanschaffing word gemachtigd, waarvoor een bedrag van
ten hoogste f 380,- worde beschikbaar gesteld; deze uitgave
worde ten laste gebracht van de rekening van het bedryf der
Vischmarkt over het jaar 1939.
De Directeur, * **Inhoud:** De directeur van de Vischmarkt verzoekt de wethouder om toestemming voor de aankoop van twee lorries (transportkarren) uitgerust met 'cushionbanden'. De geschatte kosten bedragen 380 gulden. Hij vraagt om een officieel besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) om dit bedrag beschikbaar te stellen uit de exploitatierekening van de Vischmarkt voor het boekjaar 1939.
- Taalgebruik: Het document hanteert een formele, ambtelijke stijl die gebruikelijk was in de eerste helft van de 20e eeuw, inclusief de aanvoegende wijs ("worde beschikbaar gesteld", "moge U verzoeken").
- Spelling: Opvallend is het gebruik van de 'y' in woorden als "by" en "bedryf", een vaker voorkomende variatie in getypte documenten uit die periode, evenals de verouderde spelling "Vischmarkt".
- Techniek: Het gebruik van 'cushionbanden' (kussenbanden) duidt op een behoefte aan transportmaterieel dat schokken dempt maar niet lek kan raken, wat essentieel was voor het zware werk op een markt met mogelijk gladde of ongelijke vloeren. Dit document stamt uit februari 1939, een periode waarin Amsterdamse gemeentebedrijven (zoals de Vischmarkt) strak werden beheerd onder de verantwoordelijkheid van specifieke wethouders. De Vischmarkt was destijds een cruciaal onderdeel van de voedseldistributie in de stad. De genoemde 380 gulden was in 1939 een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld arbeidersloon lag toen rond de 30 à 40 gulden per week). Het document illustreert de bureaucratische gang van zaken waarbij zelfs relatief kleine investeringen in bedrijfsmateriaal via de wethouder en een formeel besluit van het college van B&W moesten verlopen.