Handgeschreven brief (correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie). 5 februari 1939. Th. A. de Groen & Zoon, Inleggerij "De Pelikaan", Rapenburgerstraat 157, Amsterdam. Den Heeren van den Levensmiddelenraad, Amsterdam. No. 236 M.S. 1939 1/2
No I/6 L.M.R. 1939 1/2
[Rechtsboven handgeschreven:] No 5
Amsterdam 5 Februari 1939.
Den Heeren van den Levensmiddelenraad.
Te Amsterdam.
[Kantlijnnotitie:] MS te nader behandelen en mededelen aan adressanten [gevolgd door paraaf/teken]
[In kader gestempeld/geschreven:] a/Weth MS ter verdere behandeling 7/2 '39
Mijne Heeren.
In den afgelopen vorstperioden waren wij zeer gedupeerd met den verkoop van zuurwaren, daar velen van onzen cliëntelen Haring en Zuurwaren standplaatshouders twee weken in den steun waren, en toen zij uit den steun kwamen kregen zij een ton haring en een bon voor vijf gulden zuurwaren zoo doende kregen wij nog eens twee weken waarin wij weer niets verkochten.
Nu wordt een persoon bevoordeelt en andere nog meer gedupeerd; Mijn vraag is dezen. Kan iedere standplaatshouder nu niet met een bon van vijf gulden bij zijn eigen bonafiede Inleggerij kan gaan, en waar hij veel beter kan zeggen wat hij wilt hebben, Hopende een gunstig antwoord van U te mogen ontvangen.
Teekenen wij Hoogachtend
Th A de Groen & Zoon.
Rapenburgerstraat 157.
Amsterdam.
Inleggery "De Pelikaan" * Onderwerp: Een klacht over de wijze waarop steunverlening (sociale bijstand) in de vorm van natura-bonnen voor zuurwaren wordt gedistribueerd.
* Kernbetoog: De afzender, een fabrikant van zuurwaren (een 'inleggerij'), ondervindt grote omzetderving doordat hun vaste klanten – de marktkooplui of standplaatshouders – tijdens vorstperiodes afhankelijk zijn van de 'steun'. Omdat deze steun wordt uitgegeven in de vorm van specifieke bonnen voor zuurwaren die blijkbaar bij een andere instantie of concurrent moeten worden verzilverd, verliest "De Pelikaan" gedurende die weken al haar klandizie.
* Verzoek: De schrijver verzoekt de Levensmiddelenraad om het systeem aan te passen, zodat de ontvangers van de steun hun bonnen van vijf gulden bij hun eigen vertrouwde ('bonafiede') leverancier kunnen besteden. Dit zou de keuzevrijheid van de koopman vergroten en de lokale ondernemer niet onnodig benadelen.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele stijl van die tijd, met gebruik van de oude spelling (bijv. "den", "cliëntelen", "teekenen"). Er staan enkele grammaticale onjuistheden in (zoals "bevoordeelt" in plaats van "bevoordeeld" en de dubbele constructie "kan gaan"). * Economische Crisis: In 1939 zuchtten veel kleine zelfstandigen nog onder de gevolgen van de economische depressie. 'De steun' was een karig sociaal vangnet. Tijdens strenge winters konden buitenwerkers zoals haring- en zuurverkopers niet werken, waardoor zij direct afhankelijk werden van de overheid.
* De Joodse buurt in Amsterdam: De Rapenburgerstraat was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Inleggerijen (voor o.a. augurken, uien en haring) waren een typische en belangrijke bedrijfstak in deze wijk. Veel van de standplaatshouders waar de brief over spreekt, waren eveneens werkzaam op de markten in de directe omgeving.
* Ambtenarij: De aantekeningen bovenin tonen de bureaucratische afhandeling. De brief is doorgeleid naar de wethouder (Weth MS) voor verdere behandeling, wat aangeeft dat dergelijke klachten van lokale ondernemers serieus werden genomen in de gemeentelijke politiek.