Handgeschreven brief (verzoek/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoek/klacht). 18 februari 1939 (genoteerd als 1939 18/2). Nº 46 A/13/M. 1939 18/2
Mijnheer. m. Insp.
De rede van dit schrijven is dat ik
een schipper ben die altijd mijn
Visch los in Amsterdam maar
wanneer ik aan de Ruijterkade
kom dan zijn er nooit geen goede
sjouwerlieden want de beste
mannetjes mogen er niet komen
van de Steun want die er nog
zijn kunnen niet werken en
daarom zijn wij gedwongen om
naar ijmuiden of elders te gaan
maar als uwe nu de Steun op
belt en uwe zegt dat die
verdiensten van die menschen eerlijk
door ons aan Mijnheer Stam
word op gegeven dan kunnen die
Heeren van het Steun bij Stam
informeren en dan krijgen wij
46 * Onderwerp: De brief betreft een klacht over het gebrek aan bekwame havenarbeiders (sjouwers) aan de De Ruijterkade in Amsterdam door de regels van de werkloosheidssteun.
* Probleemstelling: De schipper geeft aan dat de bekwame sjouwers niet mogen werken omdat zij "in de Steun" zitten (een werkloosheidsuitkering ontvangen). De sjouwers die wel beschikbaar zijn, zijn fysiek niet in staat het zware werk te verrichten. Dit dwingt de vissers om naar andere havens, zoals IJmuiden, uit te wijken.
* Voorgestelde oplossing: De schrijver stelt voor dat de instantie contact opneemt met "Mijnheer Stam". Blijkbaar houdt deze Stam de verdiensten van de sjouwers nauwkeurig bij. Als de "Steun" deze opgave accepteert, zouden de goede sjouwers legaal kunnen werken zonder hun recht op ondersteuning volledig te verliezen of in conflict te komen met de regels.
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een directe, ietwat informele stijl met kenmerkende spelling uit die tijd ("Visch", "rede" in plaats van reden) en een grammatica die wijst op een praktische achtergrond van de auteur. Deze brief stamt uit 1939, de late jaren van de Grote Depressie in Nederland. "De Steun" was de gangbare term voor de werklozenzorg. Het systeem was in die tijd erg rigide: wie een uitkering ontving, mocht vaak absoluut niet bijverdienen. Gebeurde dit wel, dan werd dit streng bestraft als steunfraude.
De brief illustreert een praktisch conflict in de Amsterdamse haven: terwijl er een overschot aan arbeidskrachten was (werklozen), konden werkgevers (zoals schippers) geen beroep op hen doen vanwege de strenge regelgeving. Dit document biedt een inkijkje in hoe de bureaucratie van de werkloosheidsbestrijding de dagelijkse economische gang van zaken in de haven belemmerde. De Ruijterkade was destijds een centrale plek voor de overslag van goederen en vis achter het Centraal Station.