Archiefdocument
Origineel
Ongedateerd, op basis van taalgebruik en context te plaatsen rond het einde van de 19e of het begin van de 20e eeuw. Getekend als "een Weker Schipper". Geadresseerd aan een ongenoemde "Mijnheer". In de tekst wordt ook gerefereerd aan een "Mijnheer Stam". onzen Sjouwerlieden weer-
keering en dan komen wij vanzelf
weer aan de Markt.
Mijnheer wanneer uwe dat
bespreekt met het Steun dan
komt alles weer in orden
want er zijn aan de Markt
maar 2 goeje Sjouwerlieden
de rest is niets en zonder goed
volk kunnen wij niet werken
en als wij een Vink venter moeten
nemen dan worden wij bestolen
dus dat gaat niet weest uwe zoo
goed en maken dat in orden met
het steun en alles word eerlijk
op gegeven bij Mijnheer Stam
ik verlang dat niet alleen maar
nog meer van mijn mede Schippers
verders gegroet.
een Weker Schipper * Kernboodschap: De brief is een dringend verzoek van een schipper (die namens meerdere collega's spreekt) om de kwaliteit van de arbeidskrachten op de markt te verbeteren. Er wordt geklaagd over een tekort aan bekwame "sjouwerlieden".
* Problematiek: De schrijver stelt dat er momenteel slechts twee goede sjouwers beschikbaar zijn. De rest wordt als onbekwaam weggezet. Hij waarschuwt specifiek voor "Vink venters" (vermoedelijk een pejoratieve term voor onbetrouwbare losse arbeiders of ronselaars), omdat zij de schippers zouden bestelen.
* Handeling: De geadresseerde wordt gevraagd te bemiddelen bij "het Steun" om de zaken "in orden" te krijgen. De schippers beloven transparantie ("alles word eerlijk op gegeven") aan een zekere Mijnheer Stam zodra de situatie is verbeterd.
* Taal en Spelling: Het document vertoont kenmerken van ouderwets of regionaal Nederlands, zoals "weerkeering" (terugkeer), "orden" (orde) en "word" (wordt). De ondertekening "een Weker Schipper" zou kunnen duiden op een herkomst uit een plaats als De Wijk of een specifieke regio. Dit document illustreert de uitdagingen van de vroege 20e-eeuwse logistiek en handel. Schippers waren voor het laden en lossen van hun schepen sterk afhankelijk van de lokale haven- of marktarbeiders. De referentie naar "het Steun" wijst mogelijk op een vroege vorm van arbeidsbemiddeling of een sociaal fonds dat toezicht hield op de werkomstandigheden en de kwaliteit van de arbeiders. Dergelijke organisaties werden vaak opgericht om de grilligheid en onveiligheid van de informele arbeidsmarkt te reguleren. De brief toont aan dat schippers een direct belang hadden bij een ordelijke en betrouwbare organisatie van de marktactiviteiten.