Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 18 maart (jaartal onvolledig, mogelijk 1909 of paginanummer 9). De Directeur (vermoedelijk van de visafslag). Den Heer Directeur v.d. Gem.[eentelijke] Rein.[igings]-, Markt- en Havendienst. 1 18 Maart 9
46A/14/2 den Heer Directeur v.d.Gem.
Utrecht. Rein.-, Markt-en Havendienst
De opbrengst in geld van de op het zoogenaamde "buitenterrein" verhandelde visch is niet bekend, daar myn dienst met den verkoop op dit terrein geen bemoeiënis heeft.
Zooals hierboven bereids werd meegedeeld, geschiedt de verkoop uitsluitend aan wederverkoopers. De verkoop aan particulieren naast verkoop aan handelaren lykt my onge-wenscht, omdat de afslag dan eensdeels als leverancier der handelaren, anderdeels als hun concurrent optreedt. Van de onderlinge concurrentie der handelaren gaat myns inziens voldoende prysregelende invloed uit; hier ter stede is al-thans nog nimmer de behoefte gevoeld, den vischafslag als prysregelaar in den kleinhandel te betrekken.
Indien U nadere inlichtingen verlangt, zal ik U deze gaarne verstrekken.
De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling betreffende de bedrijfsvoering van de vismarkt/afslag in Utrecht. De kern van de brief is een verweer tegen de vermenging van groot- en kleinhandel.
- Administratieve scheiding: De schrijver geeft aan geen inzicht te hebben in de financiële resultaten van het "buitenterrein", wat duidt op een strikte scheiding van bevoegdheden binnen de gemeentelijke diensten.
- Marktwerking: De directeur pleit voor een zuivere rol van de visafslag als leverancier aan wederverkopers (handelaren). Hij voert aan dat directe verkoop aan particulieren de markt zou verstoren omdat de afslag dan een dubbelrol krijgt: zowel groothandelaar als concurrent van zijn eigen afnemers.
- Prijsvorming: Er wordt gesteld dat de vrije concurrentie tussen de handelaren onderling voldoende is om de consumentenprijzen te reguleren. Er is volgens de afzender geen noodzaak voor overheidsingrijpen in de prijsvorming van de detailhandel via de afslag. Deze brief stamt uit een periode (waarschijnlijk begin 20e eeuw, gezien het taalgebruik zoals "visch", "prys" en de "ij" geschreven als "y") waarin gemeentelijke diensten in Nederland sterk werden geprofessionaliseerd. De Gemeentelijke Reinigings-, Markt- en Havendienst was in Utrecht een belangrijke tak van het lokale bestuur die toezag op de openbare orde, hygiëne en economische logistiek.
Het document weerspiegelt de discussie over de rol van de overheid in de economie: moet een gemeentelijke instelling (de afslag) zich beperken tot het faciliteren van handel, of moet zij ook interveniëren in de winkelprijzen ter bescherming van de burger? De directeur kiest hier duidelijk voor de liberale weg van marktwerking tussen handelaren.