Zakelijke correspondentie / Ambtelijke brief.
Origineel
Zakelijke correspondentie / Ambtelijke brief. 5 april 1939. De Directeur (instelling niet expliciet vermeld, vermoedelijk een marktinstantie of keuringsdienst). [Handgeschreven aantekening:] Extra
[Rechtsboven:] D/G.
46A/14/3 M
5 April 1939.
den Heer Directeur van den
Gemeentelyken Reinigings-,
Markt- en Havendienst,
Veemarktplein 30,
U t r e c h t.
In aansluiting op myn brief d.d. 18 Maart jl. no.
46A/14/2 M heb ik de eer U te berichten, dat in het als by-
lage B overgelegde overzicht van de aangevoerde visch op het
buitenterrein eenige fouten zyn gemaakt.
In het jaar 1936 is opgegeven: aal en paling:
295.275 kg; dit moet zyn: 245.950 kg.
Eveneens in 1936 is opgegeven: Tong: 49.575 kg;
dit moet zyn: 250 kg. Het totaal van 1936 wordt dan in
plaats van 1.354.905 kg.: 1.256.255 kg.
De Directeur, * Inhoud: De brief dient als een officiële rectificatie van eerder verstrekte cijfers over de visaanvoer op het "buitenterrein" in Utrecht voor het jaar 1936. Er wordt verwezen naar een eerdere brief van 18 maart van datzelfde jaar (1939), wat duidt op een lopend administratief proces of een jaarverslaglegging die gecorrigeerd moet worden.
* Opvallende gegevens: De correctie voor 'Tong' is extreem groot: van 49.575 kg naar slechts 250 kg. Dit wijst op een aanzienlijke administratieve fout in de oorspronkelijke rapportage, mogelijk een verschrijving of een verkeerde categorisering van goederen. Deze correctie alleen al zorgt voor een afname van bijna 50.000 kg in het jaarlijkse totaal.
* Vorm en stijl: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van de jaren dertig, inclusief de hoffelijkheidsformule "heb ik de eer U te berichten". De tekst is zakelijk en gericht op feitelijke nauwkeurigheid. * Historische achtergrond: In 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, was de Gemeentelyke Reinigings-, Markt- en Havendienst (GRMH) in Utrecht verantwoordelijk voor het beheer van de markten en de havenactiviteiten. Het Veemarktplein was het kloppend hart van de Utrechtse handel.
* Economisch belang: De nauwkeurige registratie van aangevoerde goederen (zoals vis) was essentieel voor de berekening van marktgeld, belastingen en economische statistieken van de stad. Het feit dat er drie jaar na dato (1936-1939) nog correcties worden doorgegeven, suggereert dat deze cijfers werden gebruikt voor meerjarige rapportages of officiële publicaties.
* Locatie: Het adres Veemarktplein 30 in Utrecht was in die tijd het zenuwcentrum voor het marktwezen. Het feit dat er specifiek over "het buitenterrein" wordt gesproken, duidt op de fysieke locaties waar de handel plaatsvond, buiten de vaste markthallen.