Ambtelijke notitie / Conceptbesluit.
Origineel
Ambtelijke notitie / Conceptbesluit. 30/3 (30 maart 1939). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 46 A/16/1 1939.
DOORGEZONDEN: 30/3
[Handgeschreven toevoegingen bovenaan:]
zie Hr. Muller [gevolgd door initialen]
46 A/16/2 [in rood potlood]
[Marge links:]
sedert? wanneer
[Hoofdtekst:]
Krachtens Art 5 a van de Verordening op de heffing van markt-, staanplaats- en ventgelden wordt wegens het verleenen van toegang tot het marktterrein en/of de vischhal een belasting geheven. Aanvoerders en hun personeel zijn van deze belasting vrijgesteld.
De toegang wordt slechts verleend aan wederverkoopers (winkeliers, marktkooplieden en venters) en aanvoerders. [doorgehaalde tekst: personen wiens tegenwoordigheid noodzakelijk is voor de...] Toegang aan particulieren is nooit verleend omdat het ongewenscht werd geacht, dat het bedrijf van de Vischmarkt door verkoop aan hen naast verkoop aan handelaren eensdeels als leverancier der handelaren, anderdeels als hun concurrent zou optreden.
[Onderaan:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De tekst betreft een ambtelijke verduidelijking of motivering met betrekking tot de toegang en belastingheffing op een gemeentelijke vismarkt (vischhal). De kernpunten zijn:
1. Grondslag: De heffing is gebaseerd op Artikel 5a van de lokale marktverordening.
2. Toegangsbeleid: Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen zakelijke gebruikers en het publiek. Alleen wederverkopers en aanvoerders krijgen toegang.
3. Vrijstellingen: Aanvoerders en hun personeel hoeven de belasting niet te betalen.
4. Uitsluiting particulieren: Particulieren worden expliciet geweerd. De reden hiervoor is protectionistisch van aard: de Vischmarkt wil voorkomen dat zij tegelijkertijd leverancier aan én concurrent van de handelaren wordt. Directe verkoop aan de consument door de marktorganisatie zou de positie van de winkeliers en marktkooplieden ondermijnen. Het document dateert van maart 1939, een periode waarin markten nog zeer strikt gereguleerd werden door lokale overheden. De vraag in de kantlijn ("sedert? wanneer") wijst op een intern onderzoek naar de historische rechtvaardiging of de duur van dit specifieke beleid. Het gebruik van de term "vischhal" en de verwijzing naar "venters" (straathandelaren) is typerend voor de economische structuur van die tijd. De notitie lijkt een reactie op een vraagstuk over de interpretatie van de marktverordening, mogelijk in relatie tot een bezwaar of een voorgenomen wijziging in de belastingheffing. M. No