Getypt ambtelijk memorandum / brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypt ambtelijk memorandum / brief (doorslag of kopie). 17 mei [jaartal onvolledig, mogelijk 1939 of 1949 gezien de context en spelling]. [Linksboven]
1
46A/24/2
Amsterdam.
[Rechtsboven]
17 Mei 9
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen
[Hoofdtekst]
zyn, zooals my bleek uit zeer voorloopige informaties, die ik liet inwinnen by vertegenwoordigers van de koopers en de verkoopers der Vischmarkt, ook voor dezen waarschynlyk wel aanvaardbaar. Het lykt my daarom gewenscht, dat ik thans in de gelegenheid word gesteld hieromtrent te overleggen met de organisaties der koopers en verkoopers, alsmede met de boven-bedoelde sub-commissie.
Het voorloopig ontworpen tariefsstelsel (waarbij natuurlyk tydens de onderhandelingen nog veranderingen in de tarieven kunnen worden aangebracht), gaat uit van de zelfde twee principes, die in 1934 voor de Centrale Markt zyn gesteld: a) heffing van plaatsgeld en b) heffing van entréegeld.
ad a) Het plaatsgeld kome in de plaats van het thans verschuldigde aanvoergeld. Op de Vischmarkt worden verkoopplaatsen uitgegeven byvoorbeeld van 20 en 30 m2 tegen den prys van resp. ƒ 150,- en ƒ 200,- per kalenderjaar. Voor kortere perioden dienen op deze markt geen plaatsen te worden verstrekt (zie hieronder).
ad b) Het entréegeld bestaat ook nu reeds op deze markt (artikel 5 sub c jo. artikel 24 van de bovengenoemde heffingsverordening). Dit entréegeld bedraagt thans ƒ 0,50 per halfjaar; door het te verhoogen tot ƒ 1,50 à ƒ 2,- per halfjaar wordt bewerkstelligd, dat de inkomsten van de Vischmarkt tengevolge van de voorgestelde tariefswyzigingen niet achteruitgaan. De koopers, die het entréegeld betalen, schynen tegenover deze tariefsverhooging niet afwyzend te staan.
Door de afschaffing van het aanvoergeld wordt de aanvoer van visch op het buitenterrein ongetwyfeld krachtig bevorderd. Door bovendien de verkoopplaatsen uitsluitend per kalenderjaar uit te geven, worden gelegenheids-handelaren geweerd, hetgeen in het belang is van den gevestigden handel, die dan met minder risico en dus beter voor een goede voorziening kan zorgdragen. Bovendien worden daardoor de grossiers-venters geweerd, dat wil zeggen de kleine grossiers, die tevens een ventvergunning hebben en die thans op ongezette tyden op de Vischmarkt als verkooper optreden, terwyl ... Het document is een beleidsvoorstel betreffende de exploitatie van de Amsterdamse Vismarkt. De kern van het voorstel is een verschuiving in de financieringsstructuur van de markt:
- Vervanging van aanvoergeld door plaatsgeld: In plaats van te betalen voor de aangevoerde hoeveelheid vis, moeten handelaren een vast bedrag per jaar betalen voor een vaste staanplaats (gebaseerd op oppervlakte).
- Verhoging van het entreegeld: Een significante verhoging (van 0,50 naar 1,50/2,00 gulden) om de inkomsten van de markt te waarborgen.
- Professionalisering en Regulering: Door alleen jaarcontracten uit te geven, wil de gemeente "gelegenheidshandelaars" en "grossiers-venters" weren. Het doel is om een stabiele, gevestigde handel te creëren die met minder risico kan opereren, wat de voedselvoorziening ten goede zou komen.
De toon is zakelijk en adviserend, waarbij de schrijver toestemming vraagt aan de Wethouder om in formeel overleg te treden met de betrokken belangenorganisaties. Dit document past in de bredere geschiedenis van de Amsterdamse markthallen en de voedseldistributie. In de jaren '30 en '40 vond er een centralisatieslag plaats (verwijzing naar de principes van de Centrale Markt uit 1934).
De nadruk op het weren van kleine "grossiers-venters" en gelegenheidshandelaren duidt op een beleid van ordening van de markt. Men wilde af van de informele, onregelmatige handel ten gunste van een controleerbaar systeem met vaste partners. Dit was zowel uit financieel oogpunt (gegarandeerde inkomsten via jaarcontracten) als uit logistiek oogpunt (voedselzekerheid en hygiëne) van belang voor het stadsbestuur. De spelling (met 'y' in plaats van 'ij' en de oude genitiefvormen) is typerend voor de Nederlandse ambtelijke schrijftaal van voor de spellinghervorming van 1947, hoewel deze stijl in officiële stukken nog langer bleef voortbestaan.