Archiefdocument
Origineel
3 februari 1941 (datumstempel). P. Hansen, Enkhuizen. Het gemeentebestuur van Amsterdam (gezien de locatie van de markt). P. Hansen,
Enkhuizen.
V e r k l a r i n g .
Hiermede bevestigt ondergeteekende, dat hij in principe
bereid is om voor een kalenderjaar een plaats:
~~*) van 10 m2 à f 100,- per jaar~~
~~van 20 m2 à f 300,- per jaar~~ in te nemen op de Vischmarkt aan
[handgeschreven:] 20 m f 75 =
de de Ruyterkade, wanneer de Gemeenteraad de daartoe vereischte
besluiten zal hebben genomen.
Hij verzoekt tevens, dat Burgemeester en Wethouders toe-
staan, dat de voor bovenbedoelde plaats(en) verschuldigde belas-
ting in het bovenbedoelde jaar in twaalf gelijke termijnen wordt
voldaan, op den eersten van elke kalendermaand.
Het is hem bekend, dat ook al wordt de plaats niet regel-
matig bezet of in den loop van het kalenderjaar verlaten, toch
het plaatsgeld over een vol kalenderjaar door hem verschuldigd
zal zijn.
Amsterdam, -3 FEB 1941
Handteekening:
[Signatuur: Hansen]
) Doorhalen, wat niet gewenscht wordt. * Inhoud: Het document is een formele intentieverklaring van P. Hansen om een standplaats te huren op de vismarkt bij de De Ruyterkade in Amsterdam.
* Handgeschreven wijzigingen: De standaardopties voor de grootte en prijs van de standplaats zijn doorgestreept. In plaats daarvan is er handmatig "20 m" en "f 75 =" genoteerd. Dit suggereert een specifieke afspraak of een gereduceerd tarief ten opzichte van de voorgedrukte opties (waarbij 20 m2 oorspronkelijk 300 gulden zou kosten).
* Financiële afspraken: Hansen verzoekt om de belasting in twaalf termijnen te mogen betalen. Hij gaat expliciet akkoord met de voorwaarde dat het volledige jaarbedrag verschuldigd blijft, ook als de plek niet het hele jaar gebruikt wordt.
* Spelling:* Het document hanteert de toen gebruikelijke ambtelijke spelling (bijv. 'ondergeteekende', 'gewenscht', 'termijnen wordt voldaan'). Dit document dateert uit het begin van de Duitse bezetting van Nederland (februari 1941). Ondanks de oorlogsomstandigheden liep de gemeentelijke administratie en de reguliere handel op de markten in Amsterdam door. De De Ruyterkade, gelegen aan het IJ achter het Centraal Station, was een logische plek voor een vismarkt. Dat een vishandelaar uit Enkhuizen (een historische visserijstad) een standplaats in de hoofdstad ambieerde, duidt op de economische verwevenheid tussen de steden rond het IJsselmeer en Amsterdam. De noodzaak voor een dergelijke schriftelijke verklaring wijst op de strikte regulering van marktplaatsen door de gemeente in die tijd. P. Hansen