Archiefdocument
Origineel
17 mei 1939. [Handgeschreven, rechtsboven:] h. de leau
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 18/5
[Links:] 46A/26/2 M
[Rechts:] G.
[Datum:] 17 Mei 1939
den Heer Directeur der Nederlandsche Visschery-Centrale,
Juliana van Stolbergplein 3/4,
's - G r a v e n h a g e .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat door den heer H. Wynschenk in den Gemeentelyken Vischafslag alhier is aangevoerd de navolgende uit het buitenland afkomstige visch:
9 Mei 1939: Noorwegen;
12 kisten schelvisch à 35 kg = 420 kg; netto-opbrengst f 91,20
9 " kabeljauw à 35 kg = 315 kg; " " f 41,20
4 " leng à 70 kg = 280 kg; " " f 32,92
------- ---------
totaal: 1015 kg; " " f 165,32
==== ========
10 Mei 1939: Denemarken;
42 kistjes geep à 20 kg = 840 kg; netto-opbrengst f 114,-.
===== =======
11 Mei 1939: Denemarken;
100 kistjes geep à 20 kg = 2000 kg; netto-opbrengst f 203,20.
===== ========
12 Mei 1939: Denemarken;
50 kistjes geep à 20 kg = 1000 kg; netto-opbrengst f 112,48.
===== ========
Bovendien werd op 12 Mei 1939 door den heer M. Gerritse uit Denemarken aangevoerd:
12 kistjes schol à 20 kg = 240 kg; netto-opbrengst f 41,61.
===== =======
De Directeur, * Inhoud: Het document betreft een gedetailleerde kwantitatieve opgave van geïmporteerde vis (schelvis, kabeljauw, leng, geep en schol) uit Noorwegen en Denemarken. Er wordt melding gemaakt van gewichten per kist, totaal gewichten en de behaalde netto-opbrengsten in guldens.
* Terminologie: Termen als 'Gemeentelyken Vischafslag', 'navolgende' en 'hierbij heb ik de eer' duiden op een formeel-ambtelijke correspondentie uit het interbellum.
* Typografie: De tekst is getypt met een schrijfmachine. Bedragen en totalen zijn voorzien van handmatige onderstrepingen (dubbele lijnen onder de totalen) ter verificatie.
* Personen: Genoemd worden de heren H. Wynschenk en M. Gerritse als aanvoerders/importeurs. Het document is ondertekend namens "De Directeur" (van de niet nader genoemde visafslag). * Tijdsbeeld: Mei 1939 bevindt zich aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse economie was in deze periode sterk gereguleerd, zeker wat betreft de voedselvoorziening en import.
* Instituut: De Nederlandsche Visschery-Centrale (NVC) was een orgaan dat toezicht hield op de visserijsector. Dit soort rapportages was noodzakelijk voor statistische doeleinden en om de marktwerking en prijsvorming op de verschillende afslagen te monitoren.
* Handelsstromen: De import uit Noorwegen en Denemarken was essentieel voor de Nederlandse vismarkt, die destijds al nauwe banden had met andere Noordzee-landen. De genoemde vissoorten zoals geep en leng zijn typische Noordzee-producten. Genoemd worden de heren H. Wynschenk en M. Gerritse als aanvoerders/importeurs. Het document is ondertekend namens "De Directeur" (van de niet nader genoemde visafslag).