Ambtelijk rapport / Interne correspondentie.
Origineel
Ambtelijk rapport / Interne correspondentie. 13 juli 1939. Onbekend (waarschijnlijk een ontvanger/belastingambtenaar bij het Marktwezen). [Stempel/Kenmerk linksboven:]
№ 46 A/37/M. 1939 13/7
Rapport.
Den Heer C. Müller
Boekhouder
Marktwezen
Alhier,
Heden morgen, 13 juli 1939, heeft K. Marinus, controleur aan het Marktwezen, mij, als ontvanger van de heffing art. 21 zelve afgedragen de somma van: f 29.08. Later bleek bij het opmaken van de „dagstaat Belasting wegens den aanvoer enz.”, dat het boek verkeerd geteld was, het totaal bedrag bleek f 20.98 te moeten zijn.
Ik wees hem er op, dat de door hem gevolgde werkmethode onjuist en in strijd was met het door B. & W. bepaalde. De gang van zaken, ging ik voort, behoort als volgt te zijn: alle ontvangstgelden, minus het wisselgeld, dienen te worden afgedragen, naderhand wordt vastgesteld of deze al dan niet in overeenstemming zijn met de boeken.
De werkwijze van M. is evenwel als volgt: hij telt, niet tegenstaande mijn herhaalde aanwijzingen, eerst het boek, waarin de door hem of door controleur J. Huisman, uitgeschreven quitanties vermeld staan en draagt dan geld af overeenkomstig met het door telling van het heffingboek vastgesteld totaal bedrag.
Deze gang van zaken leidde reeds ettelijke malen, na het opmaken der dagstaat, hetgeen geschiedt in samenwerking met J. Huisman, er toe, dat de afdracht gesuppleerd... [tekst loopt onderaan de pagina af] Dit document is een formele klacht of rapportage over de administratieve discipline van een controleur genaamd K. Marinus.
De kern van het probleem is een procedurefout: Marinus telt eerst de bonnenboeken en stemt daar het bedrag dat hij inlevert op af. De officiële instructie van Burgemeester en Wethouders (B&W) schrijft echter voor dat de ambtenaar eerst al het aanwezige geld moet afdragen, waarna een onafhankelijke controle (de dagstaat) moet uitwijzen of dit bedrag klopt met de administratie.
In dit specifieke geval leidde de foutieve werkwijze van Marinus tot een administratief verschil: hij droeg f 29,08 af, terwijl er volgens de dagstaat slechts f 20,98 verantwoord kon worden. Dit suggereert dat de administratie van de uitgeschreven kwitanties niet overeenkwam met het fysieke geld, wat duidt op slordigheid of een gebrek aan toezicht. Het document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog (juli 1939). In deze periode was het "Marktwezen" een belangrijke gemeentelijke dienst die toezicht hield op de handel op markten en de inning van marktgelden en belastingen op de aanvoer van goederen.
De verwijzing naar "B. & W." (Burgemeester en Wethouders) onderstreept dat de procedures voor geldverwerking strikt waren vastgelegd in gemeentelijke verordeningen. In een tijd waarin alle administratie handmatig gebeurde en met contant geld werd gewerkt, waren dergelijke "dagstaten" cruciaal om fraude of kasverschillen te voorkomen. De brief weerspiegelt de ambtelijke hiërarchie en de nadruk op nauwkeurigheid in de financiële verantwoording van publieke middelen.