Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart).
Origineel
Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart). Amsterdam, 15 april 1910 (genoteerd als '10). H. W. Duller. Amsterdam 15 April '10
Mijnheer,
In beleefd antwoord op Uw kaart
van gisteren verzoek ik U vriendelijk mij
nog eenig uitstel te geven. Ik wil steeds nog
gaarne weer beginnen maar op 't oogenblik
gevoel ik mij te zwak en bovendien is er
de handel die ik behoef zoo goed als niet
te krijgen. Vertrouwende U hiermee accoord
wil gaan Verblijve
Hoogachtend
Uw d. v.
H. W. Duller
P.S. Ik had wel persoonlijk gekomen
maar ik ben nogal doof en zou
U dus veel moeite hebben gehad
met mij te spreken. * Inhoud: De schrijver, H.W. Duller, reageert op een kaart die hij de dag ervoor heeft ontvangen. Hij vraagt om uitstel van een niet nader genoemde verplichting of werkzaamheid. Hij voert hiervoor twee redenen aan: zijn zwakke gezondheid op dat moment en de slechte verkrijgbaarheid van de "handel" (benodigde materialen of goederen) die hij nodig heeft om zijn werk te kunnen doen.
* Stijl en Taal: De brief is geschreven in een beleefde, ietwat formele toon ("In beleefd antwoord", "vriendelijk verzoek"). De spelling is kenmerkend voor het begin van de 20e eeuw (bijv. "eenig", "oogenblik", "zoo"). In het postscriptum gebruikt de schrijver "Ik had... gekomen" waar tegenwoordig "Ik zou... zijn gekomen" gebruikelijker is.
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, goed leesbaar lopend schrift uit de vroege 20e eeuw. De afkorting "Uw d. v." staat waarschijnlijk voor "Uw dienstwillige" of "Uw dienstwillige dienaar", een standaard afsluiting in die tijd. * Sociaal-economisch: De vermelding van "de handel die ik behoef" suggereert dat de afzender een kleine zelfstandige, ambachtsman of handelaar is wiens werkzaamheden afhankelijk zijn van de aanvoer van specifieke grondstoffen of goederen. De directe communicatie via briefkaarten ("Uw kaart van gisteren") toont de efficiëntie van de postbezorging in het Amsterdam van 1910 aan.
* Persoonlijke omstandigheden: Uit de tekst blijkt dat de schrijver kampt met gezondheidsproblemen ("te zwak") en slechthorendheid ("nogal doof"). Dit laatste is de expliciete reden waarom hij de zaak liever schriftelijk afhandelt dan in een persoonlijk gesprek, om de ander de "moeite" van het luid spreken te besparen. H.W. Duller P.S. Ik W. Duller