Archief 745
Inventaris 745-292
Pagina 82
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een ambtelijke brief/rapportage.

2 oktober 1939.

Origineel

Afschrift van een ambtelijke brief/rapportage. 2 oktober 1939. No.48/17/1 M11939 AFSCHRIFT.

No.434 a H 1939
DIENST HANDELSINRICHTINGEN.

Amsterdam, 2 October 1939.

No.944 b D.H.
Onderwerp:
Nederlandsch Veem.
Antwoord op No.434 H.d.d.17 Augustus '39.

Naar aanleiding van het schrijven van de N.V.Blaauw-
hoedenveem-Vriesseveem deel ik U het volgende mede.
De N.V.Nederlandsche Veem heeft zich tot mij gewend
voor het verkrijgen van een terrein voor den bouw van een koelhuis
in de haven. Ik heb de N.V.op haar verzoek daartoe verschillende
aanbiedingen gedaan; de N.V.onderzoekt thans een plan om van de
Gemeente een bestaande loods te koopen en deze voor koelhuis in te
richten, waarbij het kadeterrein op langen termijn door de N.V.
zou worden gehuurd.
De N.V.Blaauwhoedenveem-Vriesseveem is van oordeel,
dat de Gemeente aan de oprichting van een nieuw koelhuis haar mede-
werking niet moet verleenen, omdat daaraan geen behoefte bestaat en
daardoor aan haar koelhuisbedrijf en aan dat van de Gemeente onge-
wenschte concurrentie wordt aangedaan.
Voor zoover dit de Gemeente betreft, meen ik, dat de
moeilijkheden, die zich bij de exploitatie van het koelhuis op de
Centrale Markt voordoen, geen reden kunnen vormen om de vestiging
van een koelhuis in de haven tegen te gaan. De kring van gebruikers
van het marktkoelhuis is uiteraard een andere dan die, waarvoor een
koelhuis in de haven bestemd is, dat geheel andere exploitatiemoge-
lijkheden heeft.
In hoeverre naast het bestaande koelhuis van de N.V.
Blaauwhoedenveem-Vriesseveem in de haven behoefte bestaat aan een
nieuw koelhuis is een vraag, waarop slechts de toekomst het antwoord
kan geven. Wanneer een firma bereid is een aanzienlijk kapitaal in
een dergelijke onderneming te steken, dan mag men aannemen, dat de
firma goede resultaten van dit bedrijf verwacht. Indien juist is, dat
de plannen van de Graan Elevator Maatschappij te Rotterdam worden
ingegeven door den wensch, Blaauwhoedenveem concurrentie aan te doen In dit document rapporteert de Dienst Handelsinrichtingen over een conflict tussen twee grote cargadoors- en pakhuisbedrijven ("vemen") in de Amsterdamse haven. De kernpunten zijn:

  1. Het verzoek: De N.V. Nederlandsch Veem wil een koelhuis vestigen in de haven door een bestaande gemeenteloods te kopen en de bijbehorende kade te huren.
  2. Het bezwaar: Concurrent N.V. Blaauwhoedenveem-Vriesseveem protesteert bij de gemeente. Hun argument is dat er geen behoefte is aan extra koelcapaciteit en dat dit oneerlijke concurrentie oplevert voor zowel hun eigen bedrijf als voor het bestaande koelhuis van de gemeente.
  3. Het ambtelijk standpunt: De schrijver van de brief verwerpt het bezwaar. Hij stelt dat het gemeentelijke koelhuis (bij de Centrale Markt) een andere doelgroep dient dan een koelhuis in de haven. Daarnaast voert hij een liberaal-economisch argument aan: als een privaat bedrijf bereid is fors te investeren, mag men ervan uitgaan dat er een markt voor is.
  4. Onderliggende frictie: De laatste alinea suggereert dat er mogelijk sprake is van een strategische zet vanuit de Rotterdamse Graan Elevator Maatschappij om via het Nederlandsch Veem de positie van Blaauwhoedenveem in Amsterdam te ondermijnen. Dit document dateert van 2 oktober 1939, exact één maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er grote economische onzekerheid. De Amsterdamse haven was van cruciaal belang voor de voedselvoorziening en de distributie van goederen.

De "vemen" (zoals Blaauwhoedenveem en Nederlandsch Veem) waren de ruggengraat van de logistiek in de haven. Koeltechniek was in die periode een relatief moderne en groeiende sector, essentieel voor de export en opslag van bederfelijke waar. De discussie over "ongewenschte concurrentie" en de rol van de gemeente als zowel regelgever (verhuurder van terreinen) als marktpartij (eigenaar van het marktkoelhuis) is tekenend voor de economische verhoudingen van die tijd. De invloed van Rotterdamse bedrijven op de Amsterdamse havenmarkt was bovendien een gevoelig punt.

Samenvatting

In dit document rapporteert de Dienst Handelsinrichtingen over een conflict tussen twee grote cargadoors- en pakhuisbedrijven ("vemen") in de Amsterdamse haven. De kernpunten zijn:

  1. Het verzoek: De N.V. Nederlandsch Veem wil een koelhuis vestigen in de haven door een bestaande gemeenteloods te kopen en de bijbehorende kade te huren.
  2. Het bezwaar: Concurrent N.V. Blaauwhoedenveem-Vriesseveem protesteert bij de gemeente. Hun argument is dat er geen behoefte is aan extra koelcapaciteit en dat dit oneerlijke concurrentie oplevert voor zowel hun eigen bedrijf als voor het bestaande koelhuis van de gemeente.
  3. Het ambtelijk standpunt: De schrijver van de brief verwerpt het bezwaar. Hij stelt dat het gemeentelijke koelhuis (bij de Centrale Markt) een andere doelgroep dient dan een koelhuis in de haven. Daarnaast voert hij een liberaal-economisch argument aan: als een privaat bedrijf bereid is fors te investeren, mag men ervan uitgaan dat er een markt voor is.
  4. Onderliggende frictie: De laatste alinea suggereert dat er mogelijk sprake is van een strategische zet vanuit de Rotterdamse Graan Elevator Maatschappij om via het Nederlandsch Veem de positie van Blaauwhoedenveem in Amsterdam te ondermijnen.

Historische Context

Dit document dateert van 2 oktober 1939, exact één maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er grote economische onzekerheid. De Amsterdamse haven was van cruciaal belang voor de voedselvoorziening en de distributie van goederen.

De "vemen" (zoals Blaauwhoedenveem en Nederlandsch Veem) waren de ruggengraat van de logistiek in de haven. Koeltechniek was in die periode een relatief moderne en groeiende sector, essentieel voor de export en opslag van bederfelijke waar. De discussie over "ongewenschte concurrentie" en de rol van de gemeente als zowel regelgever (verhuurder van terreinen) als marktpartij (eigenaar van het marktkoelhuis) is tekenend voor de economische verhoudingen van die tijd. De invloed van Rotterdamse bedrijven op de Amsterdamse havenmarkt was bovendien een gevoelig punt.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. 0.90
A. Cosman 21.77
A. Cosman 84.83
J. Renz. 1.800.000
A. Jansen 289.88 [rode streep]
A. Jansen 81.78
A. Jansen 2.63
A. Harten Waterlooplein 0.19
A.V.I.M. 1.05
A.V.I.M. 0.63
A.V.I.M. 7.--
A.V.I.M.
A.V.I.M. 2.77
Blijvende belegg. 29.455.338
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6